Login

banner

 

Maandelijks verschijnt in ons kerkblad 2Klank de meditatieve rubriek Pastorale Klank, veelal geschreven door onze eigen predikant ds. Jan-Hendrik Kip, soms ook door anderen. De mees recente klanken vindt u hier.

Maskerade

In de afgelopen maanden is het een paar keer gebeurd: in de supermarkt (waar ik tegenwoordig vaak kom i.v.m. de ziekte van Marion) groet iemand mij vriendelijk. Het gezicht dat me groet bestaat uit een hoofdbedekking, een zonnebril en een mondkapje. Ik groet natuurlijk vriendelijk terug, maar ik weet niet wie ik daar tussen de schappen nu eigenlijk heb ontmoet. Over het geslacht heb ik nog wel een vermoeden, maar meer weet ik niet. Wij dragen tegenwoordig allen mondkapjes zolang we ons binnen verplaatsen.

Begrijpen

Bij de inauguratie van de nieuwe amerikaanse president Joe Biden heeft de dichteres Amanda Gorman een gedicht voorgelezen “The hill we climb”. Omdat het zo’n mooi en aansprekend gedicht is, wilde men het vertalen in het Nederlands. Daar kwam toen een heleboel ophef over. Wie mag zo’n gedicht vertalen? Iemand die heel bekwaam is in vertalen? Een gedicht vertalen vraagt immers speciale vaardigheden. Of moet het iemand zijn met dezelfde achtergrond en belevingswereld als Amanda Gorman? Want alleen met dezelfde achtergrond en belevingswereld kan je zo’n gedicht helemaal begrijpen.

Verlangen

Het virus dat onze omgang met elkaar nu al meer dan een jaar bepaalt houdt ons niet alleen in allerlei opzichten gevangen maar brengt ook dingen aan het licht. Bijvoorbeeld hoe lang vantevoren veel tv-programma's worden opgenomen. Tot voor kort verschenen nog veel programma's waar heel veel publiek dicht op elkaar zat. Of waar mensen elkaar een hand geven als ze elkaar ontmoeten. Er meldt zich dan meteen een reflex bij me: dit kan niet, dit mag niet, hebben ze niet gehoord van corona. Die reflex hebben de programmamakers natuurlijk ook zien aankomen en er verschijnt dan meestal een tekst in beeld met de verklaring dat het programma vóór de uitbraak van de corona-pandemie opgenomen is. Tussen opname en uitzending zit dus vaak een half of zelfs driekwart jaar,viel me op. Als de reflex voorbij is, maakt die bij mij meestal plaats voor een soort verlangen. Dat het weer wordt zoals het was. Dat het andersom gaat en dat we zeggen: o, kijk, dat was toen, in de tijd van het virus, wat raar! Niet dat ik zoveel tv kijk. Maar wat zou ik graag willen dat we ons weer anders tot elkaar kunnen verhouden. Tegelijk is er ook het besef: dat kan niet zomaar. We gaan nooit in één ogenblijk terug naar de onbevangenheid die ooit gewoon was. We zullen iets weer moeten leren, of iets overwinnen. Hoe zal de overgang zijn, als de mogelijkheid daartoe in zicht komt?