Van ongeloof naar geloof (Lucas 24:13-36)

De twee Emmaüsgangers zijn op weg naar het dorp Emmaüs. Opvallende mannen zijn het niet. Wie zijn die twee? Kleopas wordt bij name genoemd. Wie is zijn metgezel? Rembrandt schildert de apostel Petrus als metgezel. Of is het de vrouw van Kleopas, ook een leerling van Jezus? Twee volgelingen op weg van Jeruzalem naar Emmaüs. Belangrijker is dat een ieder die zich met hun geschiedenis bezighoudt, leert wat zij geleerd hebben.

Jezus verschijnt na zijn opstanding aan twee leerlingen die het Pesach (het joodse paasfeest) in Jeruzalem gevierd hadden en (terug) wandelen naar Emmaüs (Luc. 24:13-14). De twee herkennen Jezus niet. Ze leven tussen de puinhopen van ongeloof en geloof. Tussen wanhoop en hoop. Dat de hoop van de twee mannen weg is, blijkt ook uit het feit dat ze niet in Jeruzalem blijven, maar teruggaan naar Emmaüs. Er is alle reden voor hen om in Jeruzalem te blijven na het Paasfeest en na het bericht dat ze van de vrouwen hadden gehoord van het lege graf.

En dan komt Jezus naast hun wandelen (stap 1) en blijft staan (stap. 2). Beide mannen herkennen Jezus niet, ook al heeft Jezus door de opening van de Schriften (stap 3) een vuur in hun hart ontstoken. Zij nodigen hun Metgezel binnen, want het wordt al avond en de dag loopt ten einde. Het is tegen de avond en bijna donker (Luc. 24:28-31). Pas toen Jezus voor de maaltijd een zegengebed uitspreekt en het brood breekt (stap 4), gaan hun ogen open en zij herkennen Jezus als de ‘Opgestane Heer’. En daarna verdwijnt Jezus plotseling uit hun gezichtsveld.

De twee mannen zeggen daarna tegen elkaar: ‘… is ons hart niet brandend geweest, zoals de ‘Opgestane Heer’ onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?’ Het avondmaal wordt een herkenningsteken: ‘Jezus, de Heer, is opgestaan’. De Emmaüsgangers gaan hierop terug naar Jeruzalem om hun verhaal te vertellen aan de elf apostelen (stap 5).

Van ongeloof naar geloof. De terugkeer naar de stad Jeruzalem waar het allemaal begon. De terugkeer naar het leven, naar de leerlingen van Jezus, die achter zijn gebleven. De terugkeer naar de nieuwtestamentische gemeente, maar ook naar de mensen die het ook niet geloven (Luc. 24:32-35).

In het pastoraat kunnen we veel leren uit dit prachtige verhaal van de Emmaüsgangers. Het gaat Jezus hier namelijk om de ontmoeting met de ander en met God. Je loopt een eindje mee en luistert. Pastoraat ofwel ‘omzien naar elkaar’ betekent voor ons belangeloze en gerichte aandacht voor de ander. De methodiek voor het pastoraat ontvouwd zich hier in het verhaal van de Emmaüsgangers, te weten: stap 1. ‘Erbij komen lopen en meegaan’ (Luc. 24: 13-15); stap 2. ‘Blijven staan bij wat bedroefd maakt’ (Luc. 24: 16-24); stap 3 ‘De zin van de Schriften ontsluiten’ (Luc. 24: 25-27), stap 4: ‘Het breken van het brood’ (Luc. 24: 28-31) en stap 5: ‘Terugkeren naar Jeruzalem’ (Luc. 24: 33). Er ligt een nieuw perspectief. Er is een nieuw licht over hun en ons bestaan gekomen, namelijk ‘de Heer is waarlijk opgestaan. Halleluja!’

ds. Theo de Zwart, Ziekenhuispredikant (PGG-M)