Afzien
De voorbereidingstijd op weg naar pasen – de laatste dag van maart is het pasen - noemen wij meestal veertig-dagen-tijd. Een wat omslachtige aanduiding misschien, maar wel met een goede reden: het getal 40 staat in de Bijbel altijd voor een tijd van voorbereiding, bezinning, inkeer, beproeving. 40 jaar was het bevrijde volk van God in de woestijn, op weg naar het land van belofte. Mozes bleef 40 dagen weg op de berg, zonder eten en drinken. "Nog 40 dagen" riep Jona in Ninivé, "dan is het met jullie gedaan". En Jezus bleef 40 dagen in de woestijn, op de proef gesteld door de tegenstander.
Veel mensen doen in deze tijd tegenwoordig een stapje terug en laten bij voorbeeld alcohol, snoep, taart of vlees staan. Om betrokken te zijn bij de weg van Jezus naar zijn einde. Om kritisch te zijn op, en afstand te nemen van, zoveel dingen die vertrouwd geworden zijn in je leven, maar niet echt belangrijk. Wat niet nodig is maar waar je wel aan gehecht bent geraakt. Vanuit katholieke achtergrond wordt deze tijd vaak vastentijd genoemd, maar ook onder protestanten zijn er steeds meer mensen die bewust willen omgaan met deze tijd, en afstand nemen van iets. Historisch gezien hebben protestanten minder op met vasten; de reformatoren waren destijds kritisch op deze (katholieke) gebruiken, er leek hen te veel vertrouwen op menselijke prestaties uit te spreken.
Afzien in deze tijd is niet alleen maar afzien, maar je richten op het wezenlijke, op wat er toe doet. Afstand nemen van de dingen die "aan je zijn gaan hangen" maar misschien wel meer een last zijn op je levensweg dan levenshulp. Wat is essentie, wat is ballast? Je brengt scheiding aan tussen het belangrijke en het overbodige. Je laat dingen los waarvan je niet wilt dat ze meedoen in je leven. Om je te openen voor wat wel belangrijk is.
Deze vorm van afzien is een vrijwillige handeling. Het afzien van het volk van God in de woestijn was dat niet. Er waren, zo lezen we op veel plaatsen in de Bijbel, heel wat strubbelingen en gevechten op de lange tocht door de woestijn tot het land van belofte in zicht kwam, en vooral twijfel of dit wel de goede weg was, en woede vanwege mensen en gebeurtenissen die dwars lagen. Er ontstond verlangen naar de vleespotten van Egypte. Dat was dan wel terugverlangen naar een slavenbestaan, maar wel een bestaan waar je de weg weet, een leven dat je een beetje kent, de vertrouwde gang van zaken. Verleidelijke gedachte.
Maar in de teksten die terugkijken op de woestijntijd overheerst de indruk van een godservaring in positieve zin. Het was afzien, maar we kwamen daardoor dichter bij God, is de teneur. Het leven zonder alle vanzelfsprekendheden heeft ons, achteraf gezien, alleen maar goed gedaan. Heeft geloof en godsvertrouwen gevoed of vernieuwd.
Het zijn, anno 2024, onzekere tijden. De mensheid zou alles in het werk moeten stellen om de schepping overeind en leefbaar te houden, maar permitteert zich een aantal oorlogen. Spanning en onzekerheid. Misschien is het goed om je in deze tijd af te vragen of de "mindset" waarmee wij tegenwoordig in het leven staan, niet ook iets van woestijnervaring in zich heeft. Niet dat het ons aan eten, drinken en onderdak ontbreekt. maar een onvrijwillig afzien van een min of meer veilig grondgevoel, de geördende gang van zaken, het bekende vertrouwde - het tekent ons in deze tijd als mijn indruk klopt. Ineens krijgt het leven van vóór corona de trekken van de vleespotten van Egypte. Toen was het leven nog normaal. Toen kon je de krachten in de samenleving nog vertrouwen. Toen was er nog een soort algemene bestaanszekerheid.
Wat zou het mooi zijn als we deze gevoelens van gemis en onvrijwillig afzien, van twijfel en onzekerheid, konden laten meehelpen om ons te richten op waar het met pasen over gaat. Wat zou het mooi zijn als deze gedachten ons konden helpen om de weg van Jezus te volgen, een weg van afzien en verlatenheid, maar naar een nieuw begin van leven. Wat zou het mooi zijn als onze donkere gedachten ons konden helpen om het licht van Pasen in ons toe te laten.
Jan-Hendrik Kip