Weggaan

In de vakantietijd heeft schrijven over weggaan natuurlijk iets van open deuren intrappen. In de zomer gaan we weg, we zoeken de afstand van het dagelijks leven; we willen ontspanning, we willen iets anders zien, en we willen onze geest leegmaken; sommigen zoeken de uitdaging. We merken dat ook al een paar weken in de kerkdiensten op zondag: mensen die er eigenlijk altijd zijn, zijn er ineens niet. Soms weet iemand waar ze zijn en wanneer ze terug zullen zijn. Want ze worden even gemist, maar ze komen wel weer terug. Het weggaan met vakantie is tijdelijk.


Er is ook een ander weggaan. Ik bedoel het weggaan uit de (geloofs)gemeenschap. Een weggaan zonder de bedoeling om weer terug te keren, misschien in eerste instantie ook wel zonder de bedoeling definitief weg te blijven. Meestal voltrekt zich dit weggaan sluipend, over langere tijd. Het over dit weggaan te hebben ligt gevoelig, besef ik. Maar toen onlangs de dagtekst van de Herrnhutters me bij Hebreeën 10,25 bepaalde zette mij dat toch aan het denken. De schrijver van die brief roept op om "...in plaats van weg te blijven bij de samenkomsten... elkaar juist te bemoedigen".
Natuurlijk zie ik het liefst dat mensen zich aansluiten bij onze gemeente en zich er thuis gaan voelen. We maken er ruimte voor en zijn blij met hen. Nieuwe mensen altijd welkom, niets liever dan dat. Maar ik merk ook dat mensen die eerder wel kwamen niet meer verschijnen. Daar zijn altijd redenen voor, maar die zijn niet altijd goed zichtbaar. Dat is een punt dat ik moeilijk vind.


Bij veel mensen speelt de afnemende gezondheid een grote rol en voelt men zich niet minder verbonden, maar kan het niet meer zo goed laten zien. Dat we de kerkdiensten online uitzenden is dan een groot goed - of een grote verzoeking, alnaargelang hoe je er tegen aan kijkt. Maar soms raken mensen ook gewoon uit beeld. Ik stel me voor: de belangstelling neemt af. Niet alles is naar je zin. Je ziet het belang er niet meer zo van in, het voegt niets meer toe, het spoor van je leven gaat net een iets andere kant op, je raakt op afstand en de drempel om weer eens te komen kijken wordt ongemerkt hoger. En op gegeven moment wordt je je ervan bewust dat je de knipperlichtrelatie eigenlijk net zo goed een weggaan kan noemen. Ik vraag me nog steeds af wat hierin precies de rol van corona is geweest. Dát er daardoor iets is veranderd weet ik zeker. Heeft deze periode de doorslag gegeven om het gat dat zich aandiende dan ook maar te laten vallen? En ik vraag me ook af hoe we dat bemoedigen in plaats van weg te blijven uit de Hebreeënbrief dan misschien gestalte zouden kunnen geven. Dat bemoedigen - hoe doe je dat?


De Benedictijnen kennen het principe van de "stabilitas loci", zeg maar: het blijven op je plaats. Daarin schuilt het inzicht dat alle vormen van hoppen en shoppen je alleen rustelozer en onbevredigender laten leven. En vooral het inzicht dat de mensen die je om je heen hebt en met wie je verbonden bent, van onschatbare waarde zijn - en jij voor hen. De stabilitas loci is dan eigenlijk een permanente uitnodiging om de geloofsgemeenschap en de anderen, één voor één, op waarde te schatten. De anderen helpen namelijk dat je niet eenzaam wordt, ze maken je levensmoed sterk, en vaak ook je geloof.
"Weggaan zonder groeten" was ooit de titel van een boek hierover, geschreven door Lize Stilma. Aan dit soort weggaan gaat altijd een niet-meer-zo-verbonden-weten vooraf. Wat zou het mooi zijn, denk ik dan met het oog op dat vers uit Hebreeën, als we dit bij elkaar zouden kunnen ontdekken en benoemen. Wanneer begint het afstand nemen, en wat geeft de doorslag? En kun je er nog wat aan doen? Aandacht hebben voor de beleving van ieder persoonlijk en uitnodigen om te zeggen waar het aan schort. Ook daar weten de Benedictijnen trouwens alles van: om het uit te kunnen blijven houden in een gemeenschap moet je soms onaangename dingen zeggen. Om jezelf te blijven, en ook om de waakzaamheid van de gemeenschap te onderhouden.
Het bemoedigen lijkt me toch met benoemen te beginnen. Liever de pijn van de gebroken groepstrots voelen dan iemand het gevoel geven nooit echt mee te hebben geteld omdat je volslagen geluidloos bleek te kunnen verdwijnen. Niet dat iemand niet weg mag gaan, iedereen is volkomen vrij. Maar wat zou het mooi zijn als dat mét groeten kan. En nóg mooier natuurlijk als je wel kunt blijven, en iets betekenen voor de anderen. Het is waarschijnlijk meer dan je je realiseert.

Jan-Hendrik Kip