Meditatie ‘De Emmaüsgangers’ (Lucas 24:13-35)

Twee wandelaars in de late namiddag op de dag na het vreemdste en tegelijk belangrijkste Paasfeest dat ooit in de stad Jeruzalem gevierd is. Die twee wandelaars zijn de eeuwen door de Emmaüsgangers genoemd, omdat ze van Jeruzalem naar dit dorpje wandelden, blijkbaar omdat althans één van hen daar woonde. Opvallende figuren zijn het niet.

Terwijl de wandelaars met elkaar van gedachten wisselen, komt Jezus zelf bij hen en gaat met hen mee. We zien dat de twee wandelaars levensechte mensen zijn die volop in de realiteit van het leven staan. De wandelaars op de weg naar Emmaüs zijn bedroefd en verward. Wat hadden ze van Jezus grote verwachtingen gekoesterd.

Ondanks dat de Opgestane Jezus plotseling voor hen opduikt en zich al wandelend bij hen aansluit, blijven ze bedroefd en zien niet eens dat het Jezus is. De twee Emmaüsgangers leven tussen de puinhopen van hun hoop en weten geen raad met het bericht van de vrouwen over het lege graf. De hoop van de twee Emmaüsgangers lijkt geheel verdwenen: “Die man was een Profeet. Hij zei en deed geweldige dingen, in de ogen van God en in de ogen van het hele volk. Onze opperpriesters en leiders hebben hem uitgeleverd om ter dood te worden veroordeeld en hebben Hem aan het kruis laten slaan. En wij hoopten nog zo, dat Hij de man was die Israël zou bevrijden!” (vgl. Luc. 24:19b-21b).

Als Jezus de beide reisgenoten vraagt: “Wat zijn dit voor gesprekken, die gij al wandelende met elkander voert?” blijven zij met een somber gelaat staan. Blijven stilstaan bij wat bedroefd maakt! Deze twee wandelaars hebben tot op vandaag toe vele medewandelaars. Er zijn veel teleurgestelde mensen – teleurgesteld in hun idealen en verwachtingen; teleurgesteld in hun hoop en hun liefde; teleurgesteld in mensen en meningen; teleurgesteld in het instituut van de Kerk en gelovigen.

Wie meeloopt, met mensen, zoals Jezus hier in het verhaal doet, en écht luistert en stilstaat bij wat op het hart ligt, zal ook de gelegenheid krijgen, om woorden uit de Bijbel uit te leggen (Luc. 24:25-27). We zien hier dat de weg naar het stadje Emmaüs onze levensweg is. Het is een aaneenschakeling van onze ervaringen en emoties, echter die levensweg kan Gods weg worden, de weg van de opgestane Heiland, waarop Hij met ons meegaat en tot ons komt. Ook in onze tijd wil Jezus naast ons lopen. Zonder dat wij Hem zien of zelfs maar opmerken en de mogelijkheid opperen dat Hij het kan zijn of dat iets van Hem komt. Daarom is er geen reden tot paniek; wel reden om te bidden om geopende ogen!

Wie met geopende ogen wandelt, mag weten en ervaren, dat als iemand voor God kiest, dan zal Hij ook bij hem of haar zijn. Nooit zal Hij ons alleen laten. Niets kan ons scheiden van zijn liefde! Altijd zal Hij ons omringen met zijn liefde, redding en vergeving. Het geluk van Pasen is dat Jezus midden in de kring van ons – vertwijfelden, angstige, en schuldige mensen – gaat staan. Wie voor Jezus kiest, mag weten dat Hij het zélf is die op de levensweg met ons meegaat.

Ds. Theo de Zwart, Ziekenhuispredikant