Namen noemen

De maand november is de maand van gedachtenis. Wij denken aan hen die zijn overleden. In de dienst op eeuwigheidszondag noemen wij hun namen en steken een kaars aan. Het hardop noemen van de naam is een belangrijk moment. Met het noemen van de naam komen herinneringen boven, met het noemen van de naam wordt die persoon dichterbij gehaald. Ik sprak een vrouw, die regelmatig naar het graf van haar man gaat. Zo’n graf zegt niks terug, zei ze, maar dit is de plek waar zijn naam hardop is uitgesproken, en ik zie zijn naam op de grafsteen. Daarom ga ik daar naar toe. Omwille van die naam. Je naam staat op je geboortekaartje, en je naam staat op je rouwkaart. Met je naam ben je bij de mensen bekend, en wij geloven dat God je naam schrijft in de palm van zijn hand.

Anonimiteit, zonder naam leven, is erg. Dan komt een mens niet tot zijn of haar recht. Dan verdwijnt een mens in een grote massa, of in het niets. Als je zegt “dat mag geen naam hebben”, dan zeg je in feite, dat mag niet bestaan, die mag er niet zijn. Maar iemands naam hardop zeggen, of deze persoon nu leeft of niet, dat roept van alles op, waardoor een mens, mens mag zijn.

In de bijbel vinden de figuur van Zacharias. Zijn naam betekent: God gedenkt. God denkt, gedenkt, ziet om. God trekt zich het lot van de mensen áán. Zacharias is getrouwd met Elisabeth, en ze zijn verdrietig want ze hebben geen kinderen. Zacharias is priester. Als hij aan de beurt is om de tempeldienst te vervullen, komt daar de engel Gabriël. Hij vertelt dat Zacharias en Elisabeth een zoon zullen krijgen. Zacharias kan het niet geloven, want hij en zijn vrouw zijn immers oud. Dan zegt Gabriël, dat Zacharias niet zal kunnen spreken tot dat de zoon geboren is. Elisabeth wordt zwanger en krijgt een zoon. Maar Zacharias is niet in staat om de naam van zijn zoon hardop uit te spreken.
Laten we eens proberen ons voor te stellen hoe het is om niet in staat te zijn de naam van iemand, van wie we houden, hardop uit te spreken. Een baby die pas geboren is, wil je de hele tijd bij de naam noemen, en ook bij allerlei koosnaampjes. En van iemand die overleden is, wil je óók die naam noemen, hardop, zodat die naam klinkt, zodat het te horen is. Dat geeft troost, dat geeft herinneringen, je kan liefde ervaren. Als dat niet kan, als dat je niet lukt, dan is dat een groot probleem. Het blokkeert het rouwproces.

Wij leven in een tijd, dat rouwverwerking, omgaan met verdriet en gemis, voor veel mensen moeilijk is. Ze weten niet wat ze moeten doen als er verdriet is, ze kunnen nauwelijks met allerlei gevoelens omgaan. Er zijn cursussen, therapieën, boeken om daar een weg in te vinden. De kerk heeft al eeuwenlang ervaring in het omgaan met de dood. Wij hebben manieren, vormen, en gebaren om daar een weg in te vinden. Een geliefde die is overleden, terugbrengen uit de dood kunnen wij niet. Maar wij hebben manieren in huis om er mee om te gaan. Het noemen van de naam is daarvan een heel belangrijk moment. God gedenkt, God ziet om, naar mensen met verdriet. God ziet óók om naar Zacharias. Zacharias kan niet spreken, maar wel schrijven. Hij schrijft de naam van zijn zoon op en laat het aan iedereen zien: “Johannes”. Als die naam duidelijk is, kan Zacharias weer spreken, en het eerste wat hij doet, is God loven.
Dat wij in staat zijn om de namen hardop te noemen, mogen we zien als een genade van God. God ziet naar ons om, en geeft ons het vermogen die namen hardop uit te spreken. Daar mogen we dankbaar voor zijn. Want door de namen hardop uit te spreken, kan de gedachtenis van hen die zijn gestorven tot zegen zijn.

Mirjam van Nie