N.a.v. Psalm 145, 1-13 & Johannes 6, 1-15; 48-59

Samen luisteren we met een heleboel mensen naar de evangelist Johannes. Vijfduizend mannen luisteren mee en dan zijn de vrouwen en kinderen niet eens meegeteld. De twaalf discipelen van Jezus zijn er ook bij op de berg van het meer van Tiberias. Johannes onderstreept dat Jezus het hele script en gebeuren zélf orkestreert. Tevens legt Johannes nadruk op de totale uitzichtloosheid van het voedseltekort en daarmee op het broodwonder. Het is voor ons een pastorale klank waar ‘iets’ van God zichtbaar wordt. Waar God van Zich laat spreken.

Tussen al die mensen loopt er ook een jongetje. De discipel Andreas komt met hem op de proppen als er gevraagd wordt wie er eten bij zich heeft. En het jongetje mag in het midden van het verhaal eventjes in de spotlights staan. ‘Vijf broden en twee vissen.’ Het allerkleinste, het minste, het weinige, het armzalige. Het is voor Jezus méér dan voldoende om te voeden. De overtollige brokken brood worden in twaalf korven verzameld.

Spectaculaire dingen maken mensen mee. Ze hebben honger naar het Woord van Jezus. ‘Vijf broden en twee vissen.’ Wel magertjes. Verwondering… verstilling. Het maakt een enorme indruk bij het volk van Israël, want het Pesachfeest, Joodse Paasfeest, komt eraan (Joh. 6, 4). Met het Pesachfeest wordt het einde van de Joodse slavernij in Egypte, de uittocht uit Egypte en daarmee de bevrijding herdacht (zoals beschreven in het Bijbelboek Exodus).

‘Vijf broden en twee vissen.’ Het Pesachfeest is nabij. Bevrijding. De Messias voorspeld (Jesaja 9, 1-9). Die zien ze in Jezus. Bij de Joden is het gebruikelijk om op weg naar het Pesachfeest ook het Bijbelverhaal te lezen dat gaat over ‘het manna in de woestijn’. Johannes wil hier dús zijn lezers al op iets voorbereiden: ‘mensen let goed op. Jezus is op een berg. Het is bijna Pesachfeest. Er kan wel eens een wonder gebeuren. Een broodwonder, net als vroeger in de woestijn.’ Wij zijn toevertrouwd aan de werken van de liefdevolle Heer, die voor óns een Koninkrijk wil oprichten (Psalm 145, 12).

‘Vijf broden en twee vissen.’ Jezus dankt. Zegent. Breekt. Deelt uit. Het gewone, het door God geschapen voedsel, wordt geheiligd. Jezus geeft ons door Zijn komst een ethisch appèl. Hij roept op om te delen in voorspoed. Elkaar werkelijk lief te hebben en om samen te groeien in ‘geloof, hoop en liefde’. Het brood dat Jezus breekt is ons leven! Jezus leert ons bidden: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’ (Matteüs 6, 9-13).

‘Vijf broden en twee vissen.’ Met lege handen die het brood breekt wijst Jezus nu op Zichzelf. Hij zegt: ‘Ik ben het brood dat leven geeft; wie bij Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst hebben’ (Joh. 6, 35.48). Zijn open handen die uiteindelijk aan het kruis geslagen werden, maar juist zo gaf Hij ons alles: Zijn leven, Zijn bloed, Zijn genade. En dat is nu het grote wonder: ‘Zijn levenskracht mag de onze zijn.’ Ook bij gezondheid, ziekte, invaliditeit en sterven in welke levensfase dan ook. ‘Alles maakt Hij nieuw. Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde’ (Openb. 21, 5-6).

‘Vijf broden en twee vissen.’ De climax wordt in Jezus’ Zelf bereikt. Het nieuwe leven. Veilig bij Hem, in leven en sterven.’ In Psalm 145, 14-16 zien we dat God heel persoonlijk is betrokken bij ons mensenleven. God is in Jezus in een stukje brood tastbaar aanwezig. Hij is het brood dat het mensenhart versterkt (Psalm 104, 15). Zo tastbaar als een slokje wijn. Het is een voorproefje van Gods Koninkrijk. Zo tastbaar als een man die in Israël rondloopt. Hij is niet ver weg in een hoge hemel.

Neem een voorbeeld aan David. In Psalm 145 ‘een loflied van David’ zien we hoe David in een gelovige houding God verhoogt en looft om Zijn barmhartigheid, rechtvaardigheid, zorg, hulpvaardigheid en bewaring. Jezus is het voedsel voor onderweg. Laten wij zo in het leven staan. Bereid om Gods werk te doen. Bereid om Zijn handen te zijn. David zegt het oprecht: ‘Groot is de Heer. Hem komt alle lof toe. Zijn grootheid is niet te doorgronden. Hij blijft geduldig en groot in zijn trouw. We mogen hoopvol uitzien naar God. Hij geeft immers het brood, op de juiste tijd!’ (Psalm 145, 3.8b.15). Lof zij Christus in eeuwigheid!

Ds. Theo de Zwart, Ziekenhuispredikant
(St. Anna Ziekenhuis / Ananz)