Altijd bij je

Als Jezus samen met zijn leerlingen is in het huis van Simon (Mattheus 26) komt er een vrouw bij hem, die kostbare olie over zijn hoofd uitgiet. De leerlingen ergeren zich aan deze vrouw. Wat een verspilling. Deze olie had immers duur verkocht kunnen worden en het geld hadden we aan de armen kunnen geven. Dan zegt Jezus: “waarom vallen jullie deze vrouw lastig? Zij heeft iets goeds voor mij gedaan, want de armen zijn altijd bij jullie, maar ik zal niet altijd bij jullie zijn”.

Deze woorden van Jezus hebben geen verdere uitleg nodig. Het is een waarheid als een koe. De armen hebben we altijd bij ons. Er zijn altijd mensen die niet rond kunnen komen, er zijn altijd mensen die buiten de boot vallen, die schulden hebben, die dakloos zijn. En die dus onze diaconale aandacht vragen. De ergernis van de leerlingen komt voort uit een belangrijke discussie die ook ons vaak bezig houdt. Namelijk, op welke manier besteden wij ons geld? Wat vinden wij de moeite waard, om geld aan uit te geven, wat vinden wij in de lijn liggen van onze manier van kerk zijn, van onze manier van geloven, en besteden we aandacht en geld aan? Deze vrouw geeft veel geld uit aan dure olie, iets dat lekker ruikt. Hier kan een verband gelegd worden met reukoffers. In de tempel offers gebracht van kostbare kruiden, die lekker roken. Om het aangezicht van God te zoeken, om tot God te naderen. Bovendien giet deze vrouw het uit over Jezus zelf. Daarvoor moest ze dicht tot Jezus naderen. De andere vraag is, er zijn zoveel armen en mensen die tekort komen, die worden toch goed geholpen als we daar geld aan geven? Vinden wij deze discussie terug als we het in de kerk hebben over enerzijds geld uitgeven aan de eredienst, aan de liturgie, aan het opknappen van ons gebouw, en anderzijds geld uitgeven via de diaconie, de dienst aan de samenleving, mensen die het nodig hebben, opvang van daklozen?

Jezus doet deze uitspraak vlak voordat hij de maaltijd met zijn leerlingen gaat delen, op de avond vóór Goede Vrijdag. Hij zegt dat de vrouw met haar kostbare geurige olie hem voorbereidt op het graf. Voor dat een lichaam in het graf wordt gelegd, wordt het immers gebalsemd met kostbare geurige olie. De vrouwen die op de Paasmorgen naar het graf gingen, waren van plan het lichaam te gaan balsemen. Deze vrouw laat zien, hoe belangrijk het is zorgvuldig en liefdevol om te gaan met iemand die gaat lijden, met iemand die gaat sterven.
Wij leven in een tijd, waar heel veel aandacht, geld en zorg uitgaat naar hen die ziek zijn, naar hen die besmet zijn met het coronavirus. En er wordt heel hard gewerkt om nog meer besmettingen te voorkomen. Het is heel belangrijk om goed en zorgvuldig om te gaan met mensen die lijden, met mensen die ziek zijn, met mensen die gaan sterven. Het is het waard om daar zorg en liefde aan te geven, om daar geld en aandacht aan te geven. Tegelijkertijd wordt in deze tijd ook duidelijk, dat er zo veel meer maatschappelijke gevolgen zijn. Mensen raken hun baan kwijt. Hun bedrijf gaat failliet, schoolkinderen raken hopeloos achterop, de voedselbanken hebben het drukker dan ooit. Wat is dan wijsheid? Wat gaat voor? De bestrijding van dit virus of de maatschappelijke gevolgen?

Direct na de zalving viert Jezus het Heilig Avondmaal met zijn leerlingen. Wij in de kerk hebben het Heilig Avondmaal altijd in verband gebracht met de diaconie. De collecte hoort voor een diaconaal doel te zijn. Bij de viering van het Heilig Avondmaal zien wij om naar de armen. Jezus laat zien, dat liefdevol omgaan met hen die ziek zijn en gaan sterven, en omzien naar de armen elkaar niet uitsluiten, maar juist hand in hand gaan. Wij hebben die armen altijd bij ons, dat weten we heel goed, maar die zieken die zijn er ook. Het is Jezus zelf, die we niet altijd bij ons hebben. Maar als wij de ander dienen, als wij zorgvuldig en liefdevol om gaan met hen die dat nodig hebben, dan doen we dat ook voor Hem, dan is Hij bij ons, Want wat je aan één van de minste van mijn broeders hebt gedaan, heb je aan mij gedaan.

Mirjam van Nie