Doop

De maand januari, de tijd na het Kerstfeest, wordt in de liturgische traditie van de kerk de Epifaniëntijd genoemd. Epifanie betekent verschijning, het gaat om de verschijningen van Jezus. Met Kerstmis hebben we gevierd dat Hij is gekomen, en nu gaat het om de vraag op welke manier zal Hij bij de mensen zijn. De bruiloft te Kana hoort hierbij. Want dat was het eerste wonderteken dat Hij deed (Johannes 2:11). Ook de doop van Jezus door Johannes hoort bij deze periode van het jaar. Alle vier de evangeliën vertellen ons over de doop van Jezus in de Jordaan. Een belangrijk moment aan het begin van Zijn optreden.

Als er in het midden van de gemeente gedoopt wordt, ervaren wij dat als feestelijk. Helaas gebeurt het niet zo vaak. De kerk heeft de doop altijd in verband gebracht met het Paasfeest. In de vroege kerk werden de dopelingen in de Paasnacht naar het Doopvont gebracht. Ondergaan in het water. Water is het teken van de dood. Maar dopen betekent dat je uit datzelfde water ook weer boven mag komen. De handeling van het dopen, water op het hoofd sprenkelen, of helemaal kopje onder gaan, heeft ook te maken met schoonwassen. De dopeling komt schoongewassen weer boven, schoon van ongerechtigheden, schoon van zonde, schoon van wat verkeerd is. Dopen gaat ook over vergeving, en een nieuw begin.
Jezus wordt gedoopt. Hij gaat onder in het water, hij gaat onder in de ongerechtigheden van deze wereld, hij gaat onder in de zonde, en datgene waar de mensen onder gebukt gaan. Maar hij laat dat achter zich en komt weer boven.

Wij leven in tijden van corona en lockdown. Wij worden ondergedompeld in allerlei beperkende maatregelen. Wij worden ondergedompeld in onzekerheid, hoe lang gaat het allemaal nog duren, hoe gaan de ontwikkelingen met dat vaccin? Hoe zal het gaan met al die mensen die eenzaam en alleen thuis zitten, omdat allerlei activiteiten waarbij ontmoeting zo belangrijk is, zijn afgelast? Al die mensen die niet zo handig zijn met de computer en daardoor van alles moeten missen? Het is een troost te weten, dat wij bij die onderdompeling niet alleen zijn. Jezus gaat met ons mee, hij draagt samen met ons de last van deze situatie, de last van dit virus, het verdriet van de dood die komt. Jezus laat zien, dat dopen niet iets statisch is. Het is niet een losstaande handeling. Aan het begin van je leven word je gedoopt en dat merkteken mag je de rest van je leven dragen. Ja, de doop is een merkteken. Maar het is vooral ook een beweging. Het is een dóórtocht. Zoals het volk Israël dóór de Rode Zee ging om het land van de slavernij achter zich te laten, en ze daarna op reis gingen door de woestijn.

Zo zijn ook wij in beweging. Laten we bedenken dat een lockdown, of een quarantaine, niet een statische situatie isn, maar dat het een beweging is. We gaan ergens naar toe. We gaan verder in de tijd, verder met alle ontwikkelingen. Jezus wordt gedoopt en daarmee laat hij zien, hij gaat mee in de onderdompeling, hij gaat mee in de diepte, en dan laat hij zien, dat we de diepte achter ons mogen laten, dat we boven mogen komen, dat we schoongewassen van wat verkeerd is, schoongewassen van dit virus.
Gedoopt worden, betekent de diepte ingaan. De duisternis van die diepte ervaren. De pijn ervan voelen. Maar dit alles in het geloof, dat dat niet het einde is, dat er ook weer een bovenkomen is. Laten we elkaar wijzen op het feit dat wij als gemeente van Christus gedoopte mensen zijn. En dat we deze crisis te boven zullen komen.

Mirjam van Nie