Het nieuwe normaal

Anderhalve meter is het nieuwe normaal. In verband met alle maatregelen rondom het virus moeten we anderhalve meter afstand bewaren, mogen we geen handen meer schudden, en geven we elkaar een hoofdknik. We hebben dat inmiddels al zó lange tijd gedaan, dat we het zo langzamerhand als normaal zijn gaan vinden. Soms wordt er gevraagd “wanneer wordt alles weer normaal?” Dan wordt bedoeld, zoals vroeger, zoals vóór dat dit virus ons leven in de war kwam schoppen.

Wat is eigenlijk “normaal”? Wat betekent het woord “normaal”? Normaal betekent volgens een bepaalde “norm”. Een norm, een regel een afspraak, een maatstaf, iets dat we gewoon en vanzelfsprekend vinden. Maar hoe komt datgene wat we “normaal’ vinden tot stand? Wie bepaalt er wat er “normaal” is. Hoe kunnen we weten wat er “normaal” is. Bepaalt de overheid dat? Degenen die de wetten van dit land maken? Moeten we die overheid dan altijd maar gehoorzamen? Zijn er situaties dat we die overheid niet gehoorzamen? Wordt datgene wat “normaal” is bepaald door het verleden? Het was altijd al zo, dus nu is het nog steeds zo? Wordt het ons doorgegeven door de vorige generaties? Of spreekt ons geweten tot ons en laten we ons geweten bepalen wat “normaal” is? De vraag naar wat normaal is, is een ethische vraag. Ethische vragen gaan over gedrag. Hoe gedragen wij ons, wat doen we en wat doen we niet. Waardoor laten wij ons gedrag bepalen? Ethische vragen zijn afhankelijk van de tijd en de maatschappij waar je in leeft. Vijftig jaar geleden golden er andere normen en waarden, dan vandaag. Vijftig jaar geleden waren er andere dingen normaal dan vandaag. In de Verenigde Staten zijn andere dingen normaal dan in Nederland. In Saoedi Arabië zijn andere dingen normaal dan in ons land.

In hoeverre hebben ethische vragen met geloven te maken? Zijn er vaste waarden, zaken die nooit veranderen, waar we ons op kunnen baseren? Zijn er onwankelbare principes? Een belangrijk uitgangspunt bij ethische vragen is het principe “wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook aan een ander niet”. Dit uitgangspunt vinden we terug in de bergrede, en ook in andere godsdiensten. Toegepast op onze huidige situatie. Wij willen zelf niet besmet worden met het virus, dus willen we ook niet dat een ander daarmee besmet wordt. Een kerkdienst is een openbare gebeurtenis en daarom passen we de richtlijnen van de overheid toe. Dus zijn we gehoorzaam aan de regels die ons worden opgelegd. Er kunnen ook situaties zijn, waar de overheid zódanige regels oplegt, dan we niet willen en kunnen gehoorzamen. Maar in zo’n situatie zitten wij op het ogenblik niet.

Een andere vaste waarde is liefde. Liefde voor onze medemens. Wat betekent mijn gedrag voor de ander, hoe kan ik zorgen dat het die ander goed gaat, hoe kan ik zó leven dat we het met elkaar goed hebben. Dit is op heel veel verschillende manieren toe te passen. In heel veel verschillende situaties, die verschillend beoordeeld moeten worden. Steeds opnieuw je bewust zijn en bekijken, hoe je je gedrag toepast in een situatie. Het nieuwe “normaal”? Jazeker, wat normaal is, wat volgens normen van naastenliefde is, dat moet steeds opnieuw bekeken worden, moet steeds vernieuwd worden.
Worden onze kerkdiensten ooit weer normaal, zoals het vóór de corona crisis was? Dat is een open vraag. Voor ons gaat het erom dat wij ons laten bepalen door de norm van de naastenliefde.

Mirjam van Nie