Kruispunt dicht

Het is nogal wat als de kerken op zondagmorgen dicht zijn! Dat heb ik nog nooit eerder meegemaakt. Dan weet je zeker: het is crisistijd; de kerk, maar ook de samenleving, is helemaal van slag. Het virus houdt ons allen in de greep. Alles wat we doen is ongemakkelijk. Het openbare leven valt stil. Waar het voor gewoon druk is beweegt er vrijwel niets. Gapende leegte in de grote wereldsteden, het is ongekend. Overal hangt iets van angst en beklemming en op-je-hoede-zijn. Ouderen die ik spreek moeten denken aan de oorlog. Maar, zeggen ze er meestal meteen bij: toen konden we bij elkaar zitten en steun beleven aan elkaar. Dat is nu anders. Uit een vage angst voor iets dat wellicht ongrijpbaar aanwezig is, uit lijfsbehoud, houden we afstand, lopen om elkaar heen en groeten elkaar begripvol en met een veelbetekenende blik van gespannen verstandhouding.

Het virus heeft ons allen overrompeld. Dat vond ik het moeilijkste aspect aan het geheel. Op vrijdagavond hoorde ik Femke Halsema, burgemeester van Amsterdam, nog op de tv zeggen dat je, als je niets mankeerde, best naar een Amsterdamse kroeg kon gaan. Twee dagen later moesten alle kroegen dicht. Zo was het met het Kruispunt ook: wat op donderdag nog een goede keus leek (Kruispunt openhouden voor gebed, veilige afstand bv) voelde op zondag al niet meer goed. Aan kerken is in de maatregelen iets meer ruimte gelaten wat het maximale aantal personen betreft, maar dat is een eer waar je als kerk in deze tijd niet blij mee kan zijn, meen ik. Het voelt helemaal niet goed om hier de grenzen op te zoeken van wat mag. Je wilt niemand in gevaar brengen en kunt eigenlijk niet voorzichtig genoeg zijn. Soms is er ook onderling onbegrip. Verschillende mensen, die op verschillende manier met het virus geconfronteerd worden, hebben ook een verschillend urgentiebesef. Mensen die in de zorg werken kunnen er geen begrip voor opbrengen dat anderen laks zijn met afstand houden. En ook in mijn eigen "vak": ik zie op internet dat er collega's zijn die het oudkerkelijke gebruik van de risus paschalis (de paaslach) gebruiken om in de preek grappen te vertellen over corona. Onbegrijpelijk vind ik het. In andere delen van het land voelt men de druk van corona minder dan in Brabant, dat zal het dan wel zijn.

Het was dus niet makkelijk om te zoeken naar wat goed is. Praktisch gesproken: er zullen, zoals het er nu uitziet, tot en met Pinksteren geen gewone kerkdiensten zijn in het Kruispunt. Voor de zondagmorgen vragen we u om op NPO 2 te kijken naar de korte dienst die uitgezonden wordt vanuit de kapel van het PKN-dienstencentrum. En om voor u zelf iets te doen met de BBB-teksten op de website: Bedenken-Bezinnen-Bidden. In de Stille Week hadden wij compacte online-vieringen met bewegend beeld gerealiseerd, vanuit een vrijwel leeg Kruispunt, met muziek "uit blik" en alleen te volgen via kerkomroep.nl. Dat was een experiment, we zullen kijken of we dit vaker willen proberen en wat willen optimalizeren, of dat we het bij het bestaande willen laten, of dat we het bij geluid laten - en ook of we dat aan kunnen qua menskracht en corona-mobiliteit. Maar let op: wat ik nu hier schrijf, half april, is waarschijnlijk al weer achterhaald op het moment dat u het leest. Er zit niets anders op dan te letten op de nieuwsbrieven die we naar uw mailadressen sturen en te kijken op pggweb.nl.

Door de dreiging van het virus merken wij hoe kwetsbaar we zijn. De pandemie viel samen met de 40-dagen-tijd, een tijd waar we ons bezinnen op onze levenswijze en de motieven voor de keuzes die we maken. Er waren mensen die de gedachte niet konden weerstaan dat er sprake is van een straf van God. Dat we juist in die tijd lazen uit Exodus was voor sommigen een extra verleiding in die richting. De epidemie leek over ons neer te dalen zoals de plagen over het goddeloze Egypte en de farao. Ik geloof er niets van dat God mensen straft op deze manier. Ik denk wel dat hij ons laat leven in een situatie waar dit allemaal tot de mogelijkheden behoort. En waarmee hij ons uitdaagt om vanuit het vertrouwen op de Eeuwige te blijven leven, ook in moeilijke tijden. Het lijkt me dus wel goed, om dit gebeuren voor onszelf als aanleiding te nemen om na Pasen nog niet meteen met de bezinning te stoppen. Wij zullen, als we dit doorstaan, niet meer dezelfde mensen zijn. Wat leren we er uit? Het is nog te vroeg om daar een goed antwoord op te hebben, maar waarschijnlijk gaan we de gewone, vanzelfsprekende dingen van het leven weer meer waarderen in hun eenvoud. Voor mezelf heb ik al wel één ding dat ik, als dit eenmaal voorbij mocht zijn, weer meer zal waarderen: het persoonlijk contact waarbij je elkaar in de ogen kan kijken. Want dat kan nu niet. De telefoon is het meestgebruikte instrument voor pastoraat op het moment en dat is een groot gemis, ik maak vrijwel geen kilometers meer. Maar daar vertel ik de volgende keer meer over.

Er is nu veel verdriet en er zijn veel zorgen. Mensen zijn bang. Er overlijden mensen, al dan niet aan corona, en nabestaanden kunnen nauwelijks afscheid nemen, en nergens heen met hun verdriet. In verpleeghuizen zijn ouderen geïsoleerd, van alle juist voor hen zo belangrijke menselijke contacten beroofd. In de zorg en op vele andere fronten doen mensen meer dan ze eigenlijk aankunnen. In deze tijd moet ik vaker denken aan Dietrich Bonhoeffer, hoe hij de druk en de angst om zich heen voelde en toch de stem van zijn hart volgde, op zoek naar de goede weg in dit alles. De taak van de kerk was, zo schreef hij tegen het eind van zijn leven, bidden en het goede doen. Misschien een goede lijn, ook voor ons, in corona-tijden.
Vertrouwen en vrede wens ik u in deze verwarrende en onzekere tijden, en veel geduld.

Jan-Hendrik Kip