Zen

Als er ergens het woordje "zen" opduikt, is mijn belangstelling natuurlijk ogenblikkelijk gewekt. Want, zoals de meesten van u wel weten, heb ik iets met meditatie. We ontdekten onlangs dat we, Hendriet de Feijter en ik, al 15 jaar lang samen de meditatiecursus in het Kruispunt verzorgen. Dat is dan meditatie in de lijn van de christelijke traditie, maar er zijn wel veel raakvlakken met zen, dat uit het boeddhisme komt. De manier waarop het werkt, is dezelfde, zal ik maar zeggen.

Toen dus de fabrikant van mijn smartphone een "zen-modus" ter installatie aanbood, was mijn nieuwsgierigheid gewekt. Het ging, zo bleek al gauw, helemaal niet om bevordering van meditatie of zo, maar om een soort vrijwillige verplichting tot beperkt gebruik van je telefoon. En dat stelde me een beetje teleur. Wat je tegenwoordig niet allemaal "zen" mag noemen... Maar toen had ik hem al op mijn telefoon staan.
De veronderstelling hierbij is: we zijn met zijn allen hopeloos verslaafd aan de onafscheidelijke smartphone en kunnen er maar niet vanaf blijven, want de mensen willen ieder moment van alles van ons weten en we willen zelf ook niks missen. Met de zen-modus leg je vantevoren een of meerdere periodes van de dag of de week vast waarin de telefoon vanzelf op slot gaat. Je kunt er dan niets meer mee totdat de ingestelde tijd voorbij is. Die tijd die je hem niet kunt gebruiken is dan zen-tijd. In die tijd kom je tot rust, stilte en bezinning en doe je dingen die niet in je opkomen zolang je je telefoon in de hand hebt. Zo is de gedachte er achter.
Er zijn er meer smartphoneproducenten die lijken te beseffen dat het zinvol is om het gebruik van de apparaten waar ze zo enorm veel geld aan verdienen ook weer te beperken. Zo heeft Google onlangs voor de eigen telefoons een app ontwikkeld waarmee je, heel ouderwets met behulp van papier, schaar en lijm een jasje voor je telefoon kan maken dat bijna je hele display onzichtbaar maakt en alleen de essentiele toetsen vrijlaat. Zo functioneert hij alleen nog alsof je een vaste-lijn-telefoon in de hand hebt, je kunt er alleen nog mee bellen en verder niets. Totdat je hem zijn jasje weer uittrekt.
Er groeit blijkbaar bij de fabrikanten het inzicht dat het gebruik van de smartphone verslavend kan zijn, en dat het belangrijk is om vragen te stellen bij wat je er mee doet en of je dat ook zo wilt. Misschien is het ook wel ingegeven door het besef dat bij veel verkeersongelukken het (verkeerde) gebruik van de smartphone een rol speelt. Ze nodigen de gebruikers uit om het gebruik te (laten) beperken. Aan mij is het trouwens niet besteed, ik heb de zen-modus meteen weer uitgezet (kwijtraken kan niet meer als je hem eenmaal binnen hebt), want ik doe het zelf wel. Het kost me geen enkele moeite om de telefoon een hele dag niet aan te raken, ik heb daar geen hulpmiddelen voor nodig. Zeker geen hulpmiddelen van de telefoon zelf. Maar goed: ik stam uit het midden van de vorige eeuw en ben er dus niet echt mee opgegroeid, voor mensen van na de eeuwwisseling ligt dat wellicht een stuk moeilijker.

De gehele maand maart valt in de veertig-dagen-tijd. De tijd waarin we ons voorbereiden op Pasen. Vanouds een tijd van vasten - zelfbeperking dus, in materiƫle zin, maar vooral ook in geestelijke zin. Een tijd van bezinning op de vraag hoe je leven wil en hoe je werkelijk leeft. Wat zijn de dingen in je leven waar je in de loop van de jaren verslaafd aan bent geraakt? En wil je ook werkelijk dat die dingen zo'n belangrijke rol in je leven spelen als ze daadwerkelijk doen, of zou je beter en tevredener leven als je het zonder deed? Wat is essentie, wat is ballast? Is het niet een goed idee om - althans voor een tijd - afstand te doen, pas op de plaats te maken, en je te concentreren op de dingen die er toe doen? De zo vanzelfsprekend geworden luxe en overdaad beperken en dichter op je authentieke levenslijn gaan zitten. Afzien van vlees, taart, alcohol of andere aangename dingen in het leven kan je daar bij helpen, maar het gaat ten diepste om de vraag hoe je leven wil, en hoeveel ontberingen je op je wil nemen, hoeveel correcties je aan wil brengen, om dat ook waar te maken. Dit allemaal vanuit het besef dat, zoals we in deze tijd bij de evangelisten lezen, Jezus, de pure, liefdevolle mens van God, het zo vreselijk moeilijk kreeg door de onbezonnenheid van de mensen. Ze leken niet te weten waar ze mee bezig waren, niet te beseffen wat hun gedrag voor gevolgen had, en niet meer in staat te zijn de waarde van de boodschap van Jezus te kunnen waarderen. Zijn wij ook van die mensen?
Tijd voor bezinning dus. Inkeer. Jezelf eerlijk vragen stellen. Of, om mijn part, tijd voor de Zen-modus.

Jan-Hendrik Kip