De Paasparadox

Helaas ben ik er door niemand op aangesproken. Laat ik er dan zelf maar over beginnen. Wij hebben Pasen op de verkeerde dag gevierd! Ja! Want wanneer is het Pasen? Het goede antwoord is sinds mensenheugenis: op de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente. Zo heeft de kerk het al heel vroeg, in 325 op het concilie van Nicea, vastgelegd. Met de paasdatum schuiven natuurlijk ook 40-dagen-tijd, Hemelvaart en Pinksteren mee. Even kijken naar het jaar waarin we nu leven: op 20 maart begon de lente, op 21 maart was het volle maan. Dus had het op 24 maart Pasen moeten zijn. Maar het was pas Pasen op de zondag na de twééde volle maan (19 april) in de lente.

Hoe kan dat?
Het is een beetje ingewikkeld. Het eerste punt is dat de kerkelijke afgevaardigden in 325 van 21 maart als begin van de lente uitgingen. Wat astronomisch gezien lang niet altijd zo is, maar daarover straks meer. Voor wanneer het volle maan is gebruikten de vertegenwoordigers geen exacte astronomische gegevens, maar de zog. Meton-cyclus. Die is in de vijfde eeuw voor Christus ontdekt door een griekse astronoom (Meton van Athene dus) en bepaalt dat de stand van de maan t.o.v. de aarde eens in de 19 jaar precies op dezelfde kalenderdatum valt. In de oudheid werkte men hier ook al mee. Maar deze cyclus kan maximaal één dag afwijken van de daadwerkelijke astronomische gegevens. En dat gebeurde dus dit jaar; de Meton-cyclus ging van 20 maart als datum voor de volle maan uit. De volgende keer dat de Paasparadox zich voordoet is overigens in het jaar 2038. Als ik er dan nog ben heb ik graag dat u me er even op aanspreekt...
Mocht deze afwijking zich voordoen op 21 maart en mocht dat een zaterdag zijn, dan heb je trouwens de vroegstmogelijke paasdatum: 22 maart. Dat gebeurde in 1818 en zal in 2285 weer gebeuren.

Bent u daar nog?
Wanneer begint de lente? Ook hierop geven wij meestal een standaard antwoord: 21 maart. Dat kunnen we eigenlijk beter afleren, want dat zal in deze eeuw niet meer voorkomen. De lente begint voortaan altijd op 20 maart, en na 2048 soms op 19 maart. Dat komt zo: doordat een jaar iets langer duurt dan 365 dagen valt het begin van de lente ieder jaar 6 uur later. Door de schrikkeldagen wordt er weer een sprong naar voren gemaakt, maar dit effect gaat, zeg maar, per jaar elf minuten te hard. Pas na 2100, wat geen schrikkeljaar is, is het vervroegingseffect uitgewerkt en begint de lente weer op 21 maart. Weinigen van ons zullen dit meemaken...

Als u dit hele verhaal nu gaat wegboeken naar de categorie "nutteloze kennis" dan heb ik daar alle begrip voor. Het is ook niet iets om wakker van te liggen. Maar ik merk dat er voor mijzelf iets fascinerends in zit hoewel ik absoluut geen mens van cijfers ben. Het is voor mij een soort vingerwijzing richting nederigheid. We zijn als mensen door en door afhankelijk van de hele grote verbanden, proberen die inzichtelijk te maken, maken indrukwekkende modellen of berekeningen en hebben daar toch weer geen grip op. Zoals wanneer er een nieuwe plantensoort wordt ondekt die niet in onze categorieën past. En we hadden nog zo ons best gedaan om alle mogelijke vondsten een plek aan te kunnen wijzen.

Gebeurtenissen kunnen noemen en weten dat je die niet meer mee zult maken maakt je nederig. Ik moet daarbij denken aan wat verwoord is in Lied 246. "Zo zijn er grote zaken, waar wij geen ernst mee maken: ons oog ziet enkel maar een deel". We zijn onderdeel van een groot geheel. Dat geheel onttrekt zich aan onze pogingen er vat op te krijgen. Een mysterie, waar we misschien steeds dichterbij komen maar dat we nooit werkelijk "vatten". "Doe ons de eenvoud vinden" zegt het lied, "en God, voor u als kinderen op aarde vroom en vrolijk zijn". Dat lijkt me een goede houding, zo tussen Pasen en Pinksteren. Voordat het dan, met Pinksteren, zal gaan over dingen die totaal niet in kaart te brengen waren.

Jan-Hendrik Kip