Maandelijks verschijnt in ons kerkblad 2Klank de meditatieve rubriek Pastorale Klank, veelal geschreven door onze eigen predikant ds. Jan-Hendrik Kip, soms ook door anderen. De mees recente klanken vindt u hier.

Verlangen

Het virus dat onze omgang met elkaar nu al meer dan een jaar bepaalt houdt ons niet alleen in allerlei opzichten gevangen maar brengt ook dingen aan het licht. Bijvoorbeeld hoe lang vantevoren veel tv-programma's worden opgenomen. Tot voor kort verschenen nog veel programma's waar heel veel publiek dicht op elkaar zat. Of waar mensen elkaar een hand geven als ze elkaar ontmoeten. Er meldt zich dan meteen een reflex bij me: dit kan niet, dit mag niet, hebben ze niet gehoord van corona. Die reflex hebben de programmamakers natuurlijk ook zien aankomen en er verschijnt dan meestal een tekst in beeld met de verklaring dat het programma vóór de uitbraak van de corona-pandemie opgenomen is. Tussen opname en uitzending zit dus vaak een half of zelfs driekwart jaar,viel me op. Als de reflex voorbij is, maakt die bij mij meestal plaats voor een soort verlangen. Dat het weer wordt zoals het was. Dat het andersom gaat en dat we zeggen: o, kijk, dat was toen, in de tijd van het virus, wat raar! Niet dat ik zoveel tv kijk. Maar wat zou ik graag willen dat we ons weer anders tot elkaar kunnen verhouden. Tegelijk is er ook het besef: dat kan niet zomaar. We gaan nooit in één ogenblijk terug naar de onbevangenheid die ooit gewoon was. We zullen iets weer moeten leren, of iets overwinnen. Hoe zal de overgang zijn, als de mogelijkheid daartoe in zicht komt?

Altijd bij je

Als Jezus samen met zijn leerlingen is in het huis van Simon (Mattheus 26) komt er een vrouw bij hem, die kostbare olie over zijn hoofd uitgiet. De leerlingen ergeren zich aan deze vrouw. Wat een verspilling. Deze olie had immers duur verkocht kunnen worden en het geld hadden we aan de armen kunnen geven. Dan zegt Jezus: “waarom vallen jullie deze vrouw lastig? Zij heeft iets goeds voor mij gedaan, want de armen zijn altijd bij jullie, maar ik zal niet altijd bij jullie zijn”.

Benoemen

Ergens in het begin van mijn studie theologie was er in het vak kerkgeschiedenis de opdracht om kerkenraadsnotulen uit oorlogstijd te bekijken, ik dacht dat het was in het kader van een korte stage. Wij hadden de verwachting dat we daar overal het woord “oorlog” tegen zouden komen. Want dat was toch wel de factor waar elke kerkenraad mee te maken had, en die voor enorme dilemma’s en beperkingen zorgde, en erger. Grote verrassing, ik heb het altijd onthouden: de oorlog werd nergens genoemd. Afgaande op enkel de notulen zou je bijna kunnen denken dat die niet had plaatsgevonden of geen invloed had gehad. Soms was er een vage aanduiding van “huidige omstandigheden” of zoiets. Begrijpelijk natuurlijk, achteraf gezien, want je moest alles vermijden wat er op duidde dat je het niet eens was met de dingen die er gebeurden, mochten er speurhonden actief gaan worden.

Doop

De maand januari, de tijd na het Kerstfeest, wordt in de liturgische traditie van de kerk de Epifaniëntijd genoemd. Epifanie betekent verschijning, het gaat om de verschijningen van Jezus. Met Kerstmis hebben we gevierd dat Hij is gekomen, en nu gaat het om de vraag op welke manier zal Hij bij de mensen zijn. De bruiloft te Kana hoort hierbij. Want dat was het eerste wonderteken dat Hij deed (Johannes 2:11). Ook de doop van Jezus door Johannes hoort bij deze periode van het jaar. Alle vier de evangeliën vertellen ons over de doop van Jezus in de Jordaan. Een belangrijk moment aan het begin van Zijn optreden.