Maandelijks verschijnt in ons kerkblad 2Klank de meditatieve rubriek Pastorale Klank, veelal geschreven door onze eigen predikant ds. Jan-Hendrik Kip, soms ook door anderen. De mees recente klanken vindt u hier.

Eerbied

Als er iets nieuws begint, wat doe je dan? Er wat van maken, de dingen naar je hand zetten, je invloed laten gelden, je weg proberen te vinden. Misschien ook goede voornemens realiseren nu een nieuw jaar zich als oefenterrein presenteert en je denkt aan wat je je al zo lang had voorgenomen om anders te doen. Je gaat doelen stellen, je gaat grenzen overwinnen, bakens verzetten, dromen realiseren. Al dit ademt de sfeer van: vooruit!

Overvraagd

De woorden die ik voor vorig jaar december schreef zou ik hier zó kunnen herhalen, en dat had ik een jaar geleden niet gedacht. Over een lied van Jochen Klepper ging het, over leven in duisternis en verlangen naar licht. Tegen de toenmalige verwachtingen in moeten we opnieuw, of eigenlijk: nog steeds, rekening houden met een gevaarlijk virus. En we verlangen ernaar dat het ophoudt, dat het over is. Of wat verwachten we nog? Het virus zal nooit meer helemaal verdwijnen, dat lijkt duidelijk. Wat mogen, wat durven we dan nog verwachten? We ervaren dat we leven in een soort van donker, en we verlangen naar de morgen. Dat is eigenlijk nu niet anders dan een jaar geleden, toen er nog geen vaccins waren. We dachten met de komst van de vaccins het licht aan het eind van de tunnel te zien, toch? Maar we zijn er nog niet. Advent. Verwachten en verlangen. We willen weg uit de situatie waarin we moeten leven, we verlangen naar andere omstandigheden. We verlangen naar anders, beter, ruimer, mooier, gezelliger. We zouden deze episode achter ons willen kunnen laten.

Namen noemen

De maand november is de maand van gedachtenis. Wij denken aan hen die zijn overleden. In de dienst op eeuwigheidszondag noemen wij hun namen en steken een kaars aan. Het hardop noemen van de naam is een belangrijk moment. Met het noemen van de naam komen herinneringen boven, met het noemen van de naam wordt die persoon dichterbij gehaald. Ik sprak een vrouw, die regelmatig naar het graf van haar man gaat. Zo’n graf zegt niks terug, zei ze, maar dit is de plek waar zijn naam hardop is uitgesproken, en ik zie zijn naam op de grafsteen. Daarom ga ik daar naar toe. Omwille van die naam. Je naam staat op je geboortekaartje, en je naam staat op je rouwkaart. Met je naam ben je bij de mensen bekend, en wij geloven dat God je naam schrijft in de palm van zijn hand.

N.a.v. Psalm 145, 1-13 & Johannes 6, 1-15; 48-59

Samen luisteren we met een heleboel mensen naar de evangelist Johannes. Vijfduizend mannen luisteren mee en dan zijn de vrouwen en kinderen niet eens meegeteld. De twaalf discipelen van Jezus zijn er ook bij op de berg van het meer van Tiberias. Johannes onderstreept dat Jezus het hele script en gebeuren zélf orkestreert. Tevens legt Johannes nadruk op de totale uitzichtloosheid van het voedseltekort en daarmee op het broodwonder. Het is voor ons een pastorale klank waar ‘iets’ van God zichtbaar wordt. Waar God van Zich laat spreken.

Verlangen

Het virus dat onze omgang met elkaar nu al meer dan een jaar bepaalt houdt ons niet alleen in allerlei opzichten gevangen maar brengt ook dingen aan het licht. Bijvoorbeeld hoe lang vantevoren veel tv-programma's worden opgenomen. Tot voor kort verschenen nog veel programma's waar heel veel publiek dicht op elkaar zat. Of waar mensen elkaar een hand geven als ze elkaar ontmoeten. Er meldt zich dan meteen een reflex bij me: dit kan niet, dit mag niet, hebben ze niet gehoord van corona. Die reflex hebben de programmamakers natuurlijk ook zien aankomen en er verschijnt dan meestal een tekst in beeld met de verklaring dat het programma vóór de uitbraak van de corona-pandemie opgenomen is. Tussen opname en uitzending zit dus vaak een half of zelfs driekwart jaar,viel me op. Als de reflex voorbij is, maakt die bij mij meestal plaats voor een soort verlangen. Dat het weer wordt zoals het was. Dat het andersom gaat en dat we zeggen: o, kijk, dat was toen, in de tijd van het virus, wat raar! Niet dat ik zoveel tv kijk. Maar wat zou ik graag willen dat we ons weer anders tot elkaar kunnen verhouden. Tegelijk is er ook het besef: dat kan niet zomaar. We gaan nooit in één ogenblijk terug naar de onbevangenheid die ooit gewoon was. We zullen iets weer moeten leren, of iets overwinnen. Hoe zal de overgang zijn, als de mogelijkheid daartoe in zicht komt?