Psalm 24

De psalm bestaat uit drie strofen. Tegen de achtergrond van de schepping (vers 1 en 2, strofe 1) wordt in de 2e strofe de mens in relatie tot de Eeuwige getekend (vers 3-6) om af te sluiten in strofe 3 met het bezingen van de grootheid van God (vers 7-10). De psalm wordt wel in verband gebracht met de intocht van de ark van het verbond in de nieuw gebouwde tempel van Salomo.
Deze lokale gebeurtenis wordt in de eerste strofe (vers 1 en 2) afgezet tegen de kosmische grootheid van de schepping. De aarde en al wat daar op is behoort de Eeuwige; de grondlegger van de wereld.

In de tweede strofe (vers 3-6) wordt naar de mens gevraagd. In de optocht op weg naar de tempel bevragen de pelgrims elkaar wie hier mag zijn. En zij antwoorden elkaar: namelijk alleen zij die onschuldig van handen en zuiver van hart zijn. Het valt op dat eerst de handen worden genoemd (de daden ?) en dan het hart. En ook, niet ijdel is en geen valse eed zweert. Die mens zal de zegen van de Eeuwige dragen en de gerechtigheid van God tot zijn bevrijding. En dan komt de mensheid in beeld; het gehele geslacht van Jakob, dat God zoekt, krijgt die zegen.

In de derde strofe (vers 7-10) zal de ark de tempel worden binnengedragen en zingen de pelgrims ‘verhef poorten, uw bogen opdat de koning der ere naar binnen kan gaan’. Dit lied wordt twee maal gezongen en ook 2 keer wordt gevraagd ‘Wie is hij de koning der ere?’. En ook twee keer is het antwoord: ‘De Eeuwige, majesteitelijk, krachtig en strijdvaardig.
In deze psalm wordt een nauwe verbinding gelegd tussen God en de mensen. Zijn eer van de intocht wil Hij delen met de mensen. Vraag: heeft deze psalm model gestaan voor de evangelist voor het beschrijven van de intocht van Jezus in Jerusalem?

Piet Beishuizen