Pastorale klank oktober 2026
Ontvangen
Het is zaliger te geven dan te ontvangen, zegt de uitdrukking. Een uitdrukking met een bijbelse oorsprong. In Handelingen 20:33-35 haalt Paulus deze woorden aan, daarbij vermeldend dat het woorden van Jezus zijn:
33 Geld of kleding heb ik van niemand verlangd; 34 u weet wel dat ik eigenhandig heb voorzien in mijn levensonderhoud en dat van mijn metgezellen. 35 In alles heb ik u getoond dat u de zwakken zo, door hard te werken, moet steunen, indachtig de woorden van de Heer Jezus, die immers gezegd heeft: “Geven maakt gelukkiger dan ontvangen.”’
Maar nergens in de evangelieverhalen komen we die uitspraak van Jezus tegen, het is alleen Lucas die in Handelingen 20 Paulus deze woorden laat aanhalen als en uitspraak van Jezus als hij vertrekt uit de gemeente te Efeze.
Wat is dat, dat het bij ons meestal zo is dat we ontvangen moeilijker vinden dan geven? Hulp aannemen blijkt soms ingewikkeld. Zelfredzaamheid is in onze samenleving de norm geworden. En hulp ontvangen lijkt dan te betekenen dat je niet zelfredzaam bent. Je hebt tijd, aandacht, handen of geld van iemand anders nodig. Of dat erg is? Het andere woord van deze tijd, participatiesamenleving, roept op om naar elkaar om te zien, omdat de overheid dat minder kan doen. De kant van het ontvangen lijkt daarbij onder te sneeuwen. Wat doet het met iemand als die mens aan de ontvangende kant zit, of sterker, noodgedwongen aan die ontvangende kant zit? Tel je dan minder mee? Ben je dan minder mens?
Ik heb wel eens iemand horen zeggen: “Ben ik het dan waard dat al die anderen zoveel moeite voor mij doen?” Spannende vraag om op te reageren. Mijn eerste gedachte was: Ja, want je bent mens. En ook een geliefd mens. En daarna: Of anderen tijd, aandacht, energie in jou steken, dat beslis je vaak niet zelf, dat doen die anderen. Die anderen vinden jou hun zorg waard. “Maar wat kan ik dan terugdoen?” Moet je wat terugdoen? Dat is misschien wel een belangrijke vraag. Moet je dan dankbaar zijn? Dat klinkt helemaal ingewikkeld… Want hoe doe je dat? Je kunt alleen maar echt ontvangen wat goed op jou is afgestemd, wat aansluit bij waar jij op dat moment bent, of hoe jouw situatie in elkaar zit. Dat merk je al bij het ontvangen van een verjaardagscadeau. Een cadeau krijgen dat niet aansluit of dat niet bij jou past voelt ongemakkelijk. Hoe goed bedoeld misschien ook. En als het goed is, denkt de gever vooraf na over wat hij of zij geeft.
Bij hulp geven komt dat nog veel nauwkeuriger: de ontvanger moet er iets mee kunnen. In het bijbelverhaal over de verlamde man, die door zijn vrienden bij Jezus gebracht wordt en door hen via een gat in het dak zo voor Jezus voeten wordt neergelegd, zegt die man in de versie van Marcus 2 in het hele verhaal geen woord. In Lucas 5 looft hij God als hij naar huis gaat. Spannende vraag is: Wat wilde die man nu zelf? Was hij het die zijn vrienden vroeg: “Draag mij naar Jezus toe?” Of waren het de vrienden die zeiden: “We nemen je nu
mee naar Jezus toe, want die kan je helpen.” En de man die verlamd was kon protesteren wat hij wilde…
Weglopen kon hij niet, dus moest hij het zich laten welgevallen… In beide verhalen staat over Jezus: Toen hij hún geloof zag… Dat gaat dus in elk geval over de mensen die hun verlamde vriend bij Jezus brachten. Maar wat de verlamde er zelf van vond, of zelf geloofde, dat weten we niet. En in de versie van Marcus 2 is aan het eind ook niet duidelijk of deze man er blij mee is. Hulp van iemand anders kan je optillen en je meer mens maken, maar hulp kan ook neerbuigend zijn en de afhankelijkheid benadrukken. Dat is een heel subtiel evenwicht en dat maakt denk ik ontvangen soms zo moeilijk.
Pieter Flach


