In Keulen, de stad waar ik een aantal jaren heb gewoond, en waar ze het carnaval het vijfde jaargetijde noemen, was er dit jaar voorafgaand aan de optocht op carnavalsmaandag behoorlijk wat ophef. Via facebook kon men zijn stem uitbrengen op één van meerdere motieven die mogelijk waren voor op de wagen die iets zou doen met de aanslagen in Parijs. Het winnende ontwerp was uiteindelijk een fleurig gekleurde man die een potlood in de loop van een op hem gericht geweer stopt, gehouden door een donkergekleed en vermomd figuur. Een ode aan de vrijheid van meningsuiting, en een stellingname tegen religieus geweld, zo te zien. Maar op het laatste moment,toen al heel wat afbeeldingen van de wagen met het te verwachten motief op internet de ronde hadden gedaan, werd het geheel afgeblazen. Het mocht niet van de leiding. Men was bang geworden voor eventuele aanslagen van moslimfundamentalisten. Tenslotte staan er op die dag meer dan een miljoen mensen langs de kant, en dat is een uitgelezen kans voor kwaadwillende geweldplegers. Veel verhitte discussies op de sociale media waren het gevolg. Over buigen voor geweld. Over waarom we zo bang zijn. Over hoe groot het risico is dat je bereid bent te nemen. Over de slechte rol van godsdienst, die in staat bleek het carnaval te bederven. Uiteindelijk reed er in de optocht op de plek van het gewraakte gevaarte een wagen mee met enkel een grijze muur. Op de muur stond geschreven: "Dit is wat je overhoudt". Men was nogal verbolgen.

Was dit zwichten voor religieus geweld? Of was het een vorm van wijsheid? Mogelijk geweld en de angst voor dat mogelijk geweld houden elkaar in de greep. Je kunt je afvragen waar de grens is: wanneer wordt het hameren op de vrijheid van meningsuiting door anderen, wellicht iets minder democratisch denkenden, gevoeld als een opeisen van het recht tot belediging?

Wat bij mij de meeste pijn opriep was het feit dat in de discussie godsdienst vaak een rol kreeg toebedeeld van geweld oproepende factor. Ik zou veel liever willen dat godsdienst de vrede dient en onderling begrip bevordert, bruggen helpt bouwen in plaats van argwaan en wantrouwen te versterken. In de discussie rond de optocht domineerde echter een andere visie op godsdienst.

Dat potlood, dat men in Keulen in de geweerloop wilde duwen is sinds de aanslagen in Parijs een soort symbool van vrije meningsuiting geworden. Maar je kunt er ook andere gedachten mee verbinden. De heilige boeken staan ook vol van woorden die niet buiten de geweldszone blijven, al zijn ze niet met potlood geschreven. Dankzij fundamentalisten komt met name de islam op een slechte manier in het nieuws. Kennelijk staan er in de Koran teksten die als legitimatie gebruikt kunnen worden om niet-moslems met geweld te lijf te gaan en het leven van goddelozen niet te waarderen.

Maar hoe zit dat met onze eigen bronnen? Ook in de bijbel is er aan bloeddorstige teksten geen gebrek. Regelmatig wordt er melding gemaakt van het massaal afslachten van tegenstanders. Wie wil, kan met gemak beweren dat de bijbel gewelddadige teksten bevat.

Psalm 139, die mooie en aansprekende woorden heeft voor God die met alles wat er in de mens huist liefdevol vertrouwd is en zijn hele bestaan van alle kanten beschermend omgeeft, lezen we bij uitvaarten vaak, maar nooit helemaal. Wij stoppen bij vers 18. Want daarna waait de wind ineens uit een heel andere hoek: "God, breng de goddelozen om!" Dan heb je wat uit te leggen, en dat is niet passend bij een uitvaart.

Een boek dat bovengemiddeld veel geweld bevat is het boek Rechters. In een cursus in het kader van de bijscholing van predikanten hebben wij daar even de aandacht op gericht. Om een sprekend voorbeeld uit dat boek te noemen: Jaël, een vrouwelijke rechter, lokt de vijandelijke legerleider Sisera haar tent in, maakt hem moe door hem melk te geven en vermoordt hem door hem in zijn slaap een tentpin door zijn hoofd te slaan (Re. 4). Een gruwelijk tafereel. En er zijn er meer gewelddadige verhalen in het boek Rechters.

Toch is het van belang om te zien dat er een verhaallijn door dat boek loopt. Aan het begin van het boek doen de Rechters, ideale figuren, datgene wat koningen moeten doen: zorgen voor de geringen en zwakken. En de Kanaänieten verdrijven, want het thema van het voorafgaande boek, Jozua, speelt nog. Maar de rol en het imago van de Rechters wordt gaandeweg het boek steeds twijfelachtiger. Vanaf Debora ongeveer komen er barsten in het beeld van de rechters. Barak ("bliksem" is zijn naam, maar hij is allesbehalve flitsend, want hij) durft alleen iets te doen als Debora er bij is. Het verhaal wordt minder eervol voor mannen. En steeds meer blijken vrouwen slachtoffer te worden. De dochter van Jeftah wordt slachtoffer van haar eigen vader, en dit gebeurt dus niet in heidense omgeving, maar in Israel zelf. De vijand is niet buiten, maar binnen, in het beloofde land. Op het eind, in Re. 19 een verhaal dat qua gruwelijkheid de kroon spant: de bijvrouw van een Efraëmiet wordt verkracht, in stukken gehakt en rondgestuurd. Tekenend is ook dat de stem van God gaandeweg minder voorkomt. Het boek suggereert daarmee: als je zo gewelddadig handelt, kun je de stem van God ook niet meer horen. Bij Simson is God nog wel weer aanwezig, daarna is God praktisch weg uit het verhaal. Terwijl God de eigenlijke leider is, dat is de overtuiging van het boek Rechters. Maar het gaat de andere kant uit: de leiders vallen steeds meer op door eigenwijsheid, nemen de toevlucht tot geweld, en vragen steeds minder naar God.

Dit is de lijn van het boek. En deze lijn dient als voorbereiding op het volgende boek: bij de lezer wordt a.h.w. een indruk gewekt in de zin van: zo kan het niet langer. Er moeten koningen komen. Zie het volgende boek. En zo ontwikkelt zich door de bijbel heen een visie op de koning als instrument van recht en vrede, denk aan de herderkoning David, denk aan Jezus die als "zoon van David" zal worden verwelkomd.

Ik bedoel maar te zeggen: het feit dat geweld veelvuldig voorkomt, wil nog niet zeggen dat het daarmee ook goedgekeurd wordt. Het geweld in het boek Rechters staat juist in dienst van een langer verhaal. De lezer wordt geacht het hele verhaal te lezen en daarbij te zien dat het steeds meer de verkeerde kant opgaat. Nu wist u natuurlijk al dat het vaak tot voorbarige of willekeurige conclusies kan leiden als bijbelverzen uit hun verband worden gehaald, maar zeker in het boek Rechters is het van belang de verhaallijn van het boek waar te nemen.

En natuurlijk is het boek Rechters niet geschreven vanuit de vraag wat zinvol geweld is, maar vanuit de vraag wie er een goede leider (in Gods naam) kan zijn.

Hiermee is het probleem "geweld in bijbelteksten" nog niet opgelost. Al zijn er voor psalm 139 ook verklaringen die de omslag na vers 18 begrijpelijker maken. Maar voorlopig lijkt het me vooral van belang om voorzichtig te zijn met het beroep op bijbelgedeelten om het eigen gebruik van geweld (of de neiging daartoe) te willen legitimeren. Van de Koran heb ik weinig verstand. Zou het kunnen dat daar eenzelfde ontdekking gedaan kan worden? Misschien kan er dan nog een ander licht vallen op teksten die geweld lijken te promoten.

Het meest wijze woord dat er trouwens in Keulen over het gedoe met de Charlie Hebdo-wagen werd gezegd, was mijns inziens afkomstig van de nieuwe kardinaal van Keulen, ook een carnavalist in hart en nieren (dat kan in die stad ook niet anders). Hem werd gevraagd of het niet fout was geweest de wagen terug te trekken. Het inbinden is niet de fout, zei hij; de fout die er is gemaakt ging hieraan vooraf: het hoog van de toren blazen via de sociale media: "Kijk eens hoe zeer wij de vrijheid van meningsuiting zijn toegedaan". Over eigenwijsheid gesproken...

(Dit artikel was onderdeel van de toetsing na de cursus "Nieuwe ontwikkelingen in de theologie van het Oude Testament" die ik begin van het jaar aan de VU heb gevolgd)

Jan-Hendrik Kip