Opruimen

Wij allemaal hebben op zolder dozen staan met spullen. In allerlei kastjes staan ook spullen. Spullen uit het verleden, spullen waar herinneringen aan vast zitten, spullen waarvan we denken, misschien zullen we die ooit eens gebruiken. Ons probleem is niet dat we te weinig hebben, maar veeleer dat we te veel hebben.

Marie Kondo is een professionele opruimster. Zij heeft veel boeken geschreven, en ook films gemaakt, waarin wordt verteld hoe goed het is om op te ruimen, en hoe je dat praktisch aanpakt. Veel mensen laten een opruimcoach komen om te helpen orde te scheppen in al die spullen. Wat is het toch, waarom wij er zo moeilijk toe komen om op te ruimen? Oude dozen dragen oude herinneringen in zich. Is het moeilijk met die herinneringen geconfronteerd te worden? Vinden we het moeilijk die herinneringen los te laten? Waarom laten we al die spullen, die we toch niet gebruiken, in die dozen zitten? Waarom is het zo moeilijk dat los te laten?

De filosofie achter een opruimcoach is van spirituele aard. Als je zolder is opgeruimd, krijg je ook een opgeruimde bovenkamer, een opgeruimde geest. Zonder de last van al die spullen zal je vrijer en meer ontspannen in het leven staan. Veel spullen, een rommel in huis, betekent onrust. Als er wordt opgeruimd, komt er rust. Spullen opruimen betekent ook je geest opruimen. Dingen uit het verleden die zwaar op je drukken achter je laten, en lichter worden. Een leeg huis betekent een leeg gedachtenleven, rust vinden.

In het evangelie (Mattheus 19:16-22) lezen we over Jezus die een gesprek heeft met een rijke jonge man. Deze rijke jonge man vraagt wat hij moet doen om het eeuwige leven te krijgen. Jezus zegt: leven volgens Gods geboden. Dat doe ik al, zegt de jonge man. Jezus zegt: dan moet je alles verkopen wat je hebt en het geld aan de armen geven. De jonge man gaat weg en is bedroefd, want hij heeft veel spullen. Hoe dit verhaal afloopt vertelt het evangelie ons niet. Of hij daadwerkelijk al zijn spullen heeft verkocht, het is een open einde.

Opruimen betekent loslaten. Spullen loslaten, herinneringen loslaten. En als je dingen gaat loslaten, dan komt de vraag boven, waarin is houvast te vinden. Waar kan ik op bouwen, waar is zekerheid? De leegte die tevoorschijn komt, kan bedreigend zijn. Misschien is het daarom wel zo moeilijk om op te ruimen, omdat daar het gevoel onder zit, dat je zekerheden moet loslaten, dat je je niet meer aan dingen kunt vastklampen. Als wij al die spullen loslaten, waar vinden we dan nog een houvast? Zijn we niet bang voor de leegte?

Loslaten is niet gemakkelijk. Als je gaat loslaten, dan is het mooi, als je dat in vertrouwen kan doen. Loslaten is oefenen in vertrouwen. Vertrouwen, dat we het zonder die spullen kunnen redden, vertrouwen, dat die leegte niet angstaanjagend is, maar dat er iets goeds uit voort kan komen. Onze hand laat los, wij vertrouwen ons toe aan de hand van God. Dat zeggen wij als we iemand moeten loslaten die we hebben verloren aan de dood. Loslaten, vertrouwen hebben, is een kwestie van oefenen. Dat doen wij in de kerk. Wij oefenen ons in vertrouwen, wij oefenen ons in loslaten, wij oefenen ons in het opruimen van onze geest. Wat is ballast, wat is zware last, wat mogen we achter ons laten en wat vult onze geest met rust, met vrede, en hoop op de toekomst?

Als we kijken naar hoe de kerk er voor staat in onze tijd, dan realiseren we ons dat er oude vertrouwde dingen zijn die we zullen moeten loslaten. Dat doet ons pijn, daar hebben we verdriet over. We weten niet hoe het afloopt, het is een open einde. Maar die vaste rots van ons behoud, die blijft in eeuwigheid. Ons oefenen op Hem te vertrouwen, daar zijn we een leven lang mee bezig. Wat mogen we dankbaar zijn, dat we bij dat oefenen de gemeenschap van de kerk om ons heen hebben staan.

Mirjam van Nie