Vruchten

“Aan de vruchten zul je hen herkennen”. Je plukt geen druiven van doornstruiken, wij plukken geen frambozen van een appelboom. Als je de vrucht ziet, dan weet je van welke boom die afkomstig is.

Het najaar komt er weer aan. Dat is de tijd om vruchten te plukken, de tijd om te oogsten. We hebben een hele droge zomer achter de rug. Dat heeft natuurlijk invloed op de oogst. In onze tuin staat een notenboom. De noten zijn zeer goed zichtbaar, ze zijn goed gegroeid, en ik verwacht dit jaar een mooie opbrengst van deze boom. Aan de boom kent men de vruchten, als je ziet welke vruchten er groeien, of onder een boom op de grond liggen, dan weet je welke boom het is.

In de bergrede spreekt Jezus over de vruchten en de boom. Hij spreekt daarbij over valse profeten, over wolven in schaapskleren. Als het gaat over de vruchten en over de bomen, dan gaat het over de mensen en hun daden. Aan hun daden zul je ze herkennen. De daden, dat zijn de vruchten, dat is wat er uit de handen van de mensen komt, de keuzes die ze maken, de dingen die ze doen, of juist niet doen. Mensen kunnen veel praten, ze zeggen een heleboel. Ze kunnen mooie beloftes doen, ze kunnen hard schreeuwen en alle aandacht naar zich toe trekken. Jezus bedoelt hier, laat je daardoor niet misleiden. Zie daardoor heen. Het gaat er niet om hoe hard iemand schreeuwt, of wat voor beloftes iemand doet. Het gaat erom wat iemand doet. Iemand kan wel zeggen hoe belangrijk het is om naar een ander om te zien, om daden van naastenliefde te doen, maar als die persoon zelf verder alleen maar aan zichzelf denkt, dan zijn dat loze woorden. Dan hebben die woorden geen inhoud en geen gezag. Iemand kan wel zeggen dat het milieu belangrijk is, dat we goed moeten letten op de natuur, maar als die persoon zelf er verder niks aan doet, is dat volstrekt niet geloofwaardig. Aan de vruchten, aan de daden kan je herkennen, waar iemand voor staat, wat voor iemand belangrijk is, waar iemand in gelooft.

Maar die boom en die vruchten, daar zit ook nog een ander aspect aan. Vrucht dragen, dat gaat over de oogst, over het najaar, over de herfst. Het gaat hier dus niet over de bloei van de bomen, het gaat niet over bloesem. Bloei en bloesem, dat gebeurt in het voorjaar, dat is de lentetijd. Bloei en bloesem, het ziet er schitterend uit, het is verleidelijk, het ruikt lekker. Bloei en bloesem kunnen je in de war brengen, ze kunnen alle aandacht trekken. Bloei en bloesem, voorjaar, dat is de tijd van jeugd. Jonge mensen in de bloei van hun leven. Maar het gaat voorbij. Kortstondig, als het gras vergaat het; bloei en bloesem zijn mooi, maar duren maar heel even. Vrucht dragen, dat gebeurt later. Dat gebeurt als je al wat ouder bent. Als je vrucht gaat dragen, dan is die jeugd wel voorbij.

Jeugd en ouderdom, dat zijn twee periodes in een mensenleven. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar? Wij leven in een tijd dat jeugd op de voorgrond staat. De jeugd krijgt alle aandacht, de jeugd is de kracht van het leven, de jeugd beleeft allerlei unieke ervaringen en daar moet je bij zijn. Ouderdom en verval worden niet gewaardeerd, jong en mooi moet het zijn. De bloei en bloesem van de jeugd zijn mooi en aantrekkelijk, dat is waar. Maar daarin blijven vastzitten heeft geen toekomst. Er wordt vaak gezegd, de jeugd heeft de toekomst, maar die toekomst zit niet in de bloei en de bloesem, maar die toekomst kunnen we aflezen aan de vruchten. De oudere generatie kan wel het hoofd schudden en zeggen, waar gaat het met de jeugd naar toe, maar dat is niet vruchtbaar. Niet je in de war laten brengen door de schoonheid en de verleiding van de bloesem.

Beter is het om te kijken naar de vruchten, naar de daden. Wij mogen de jeugd (en alle andere mensen) niet beoordelen op hun bloei en bloesem, maar we moeten kijken naar de vruchten. Er zijn zoveel jonge mensen, die zich bijvoorbeeld inzetten voor het milieu, of die zich inzetten voor vluchtelingenwerk. Er zijn zoveel jonge mensen, die andere dingen doen dan feesten, die vrijwilligerswerk doen, om er voor een ander te zijn. Aan de boom kent men de vruchten. Betekent ook, houd geloof en hoop vast, die vruchten zullen er komen. Misschien zie je ze nu nog niet, maar ze zullen er zijn. Jonge mensen hebben zoveel mogelijkheden, die vruchten, die daden, die zullen er komen. Daar mogen we op vertrouwen.

Mirjam van Nie