Zonnezoon

In de vakantie zoeken veel mensen de zon op. Naar het strand, naar de zee, naar het bos of de hei, als de zon er maar schijnt. In ons eigen land kunnen we de zon opzoeken, maar het klimaat is niet altijd even stabiel. Daarom gaan veel mensen op reis, naar een land, waar het veel zekerder is dat de zon schijnt. Lekker in de zon, lekker bruin worden, genieten van het weer.

Als de zon schijnt wordt een mens daar vrolijk van. Een zonnig humeur is een vrolijk en opgeruimd humeur. Wij associëren de zon met vrolijkheid, met geluk, en met genieten. Toch moeten we ook voorzichtig zijn als het gaat over de zon. We kunnen bijvoorbeeld niet lang achter elkaar in de zon kijken. De zon kan onze ogen verblinden. Een zonnebril is er om onze ogen te beschermen als de zon té fel schijnt. Ook moeten wij oppassen als wij te lang in de zon liggen. Onze huid kan verbranden, dat kan erg pijnlijk zijn. Daarom smeren we ons in met allerlei beschermende middelen. Bedoeïenen, die in de woestijn leven, bedekken zichzelf helemaal met lappen en kleren, als bescherming tegen de zon. In de woestijn is die zon onbarmhartig. Schaduw is daar niet te vinden. De zon kan vriendelijk en gezellig schijnen, maar de zon wordt soms ook de koperen ploert genoemd. Zó sterk kunnen de stralen zijn, dat de schaduw beter is dan de zon.

In de bijbel, in het boek Richteren vinden we de figuur van Simson. Zijn naam heeft te maken met de zon, hij is de zonnezoon. De verhalen over Simson zijn te lezen met rode oortjes. Hij lijkt wel een actieheld uit een spannende film. Wat een geweldenaar! Hoe hij al die Filistijnen verslaat. Alle tegenstanders, alle slechteriken gaan er aan. Je kan je verlustigen over al die overmacht, wat een held! Als wij op vakantie gaan nemen we wellicht wat boeken mee, om te lezen aan het strand, op de camping in de zon. Makkelijk leesbaar, een thriller, een detective. Waar de schurken worden ontmaskerd, en de goede dappere held alles uiteindelijk overwint. De verhalen over Simson kunnen wij óók zo lezen. Achteroverleunen, ontspannen, lezen hoe die dappere held, alle kwaden te pakken neemt. Maar wij lezen de bijbel, en daar zit altijd nog een andere laag in. Simson, de zoon van de zon, heeft al die brute kracht, maar er komt ook het moment, dat hij zich daaraan brandt. Dat die kracht zich tegen hem keert. Hij heeft een zwakke plek. En dat is vrouwen. Zijn vijanden weten ook dat dat zijn zwakke plek is. Het is door een vrouw dat hij uiteindelijk in de handen komt van zijn tegenstanders. Ze maken hem blind. De zon heeft té fel geschenen, en hij kan niet meer zien.

Wat moeten wij aan met de figuur van Simson? Het is niet iemand om na te volgen. Wij gaan niet in het voetspoor van Simson op dezelfde manier met onze tegenstanders om. Deze zonnezoon heeft veel kracht, maar hij laat ons ook zien, dat je met die kracht moet oppassen, dat er ook momenten zijn, dat je je zelf moet beschermen, dat het beter is in de schaduw, de luwte te staan, dan in de volle kracht van de zon. “Heb je vijanden lief”, staat er in het evangelie. Dat valt niet altijd mee, om je tegenstanders lief te hebben. De emoties van afkeer kunnen heftig zijn, daar kan je je aan branden. Soms moet je je zelf beschermen, en die emoties wat af laten koelen. Hoe gaan wij met elkaar en de ander om? Hoe treden wij onze naaste tegemoet? Zijn wij bang ons te branden, en zijn wij terughoudend. Of gaan we er vol voor, direct en meteen zeggen wat we op ons hart hebben, met het risico, dat er dingen mis gaan?

Simson ging er direct en helemaal voor. Zijn zon straalde, maar daarna ging hij ten onder. Hoe doen wij dat? Wij zijn kinderen van het evangelie. Op welke manier stralen wij dat uit? Op welke manier brengen wij de blijde boodschap over? Hoe vertellen wij, dat wij bij de kerk horen, dat wij geloven? Voorzichtig en terughoudend, of gaan we er vol voor? Ik denk dat we dat per situatie moeten bekijken. De ene keer is terughoudendheid beter, dat andere keer kunnen we het van de daken schreeuwen. Maar de warmte en de kracht van het evangelie, de stralende liefde van God, die komt door alles heen. Daar zullen we ons niet aan branden, daar mogen we altijd onder schuilen.

Mirjam van Nie