De tweelingstem

Pasen is een prachtig feest, wij vieren in de kerk, het hart van ons geloof. De opstanding van Jezus Christus, de liefde van God, vergeving en genade. Een nieuw begin is altijd mogelijk. Een feest om veel te zingen, en om van harte te vieren.

In de evangeliën lezen wij niets over de opstanding zelf. Hoe dat is gegaan, vanuit het graf, wordt ons niet verteld. Het gaat over wat de leerlingen en de vrouwen zien en meemaken, ná de opstanding. Zij vinden de steen weggerold, zij vinden het lege graf, en er zijn ontmoetingen, met de opgestane Heer. Die ontmoetingen, zijn allemaal héél bijzonder. De deuren zijn gesloten, en tóch komt hij binnen. Vaak is het moeilijk om hem te herkennen. Omdat het moeilijk te geloven is, dat iemand opstaat uit de dood. Maria denkt dat het de tuinman is. De twee die naar Emmaus gingen, herkennen hem pas bij het breken van brood. In de verhalen van ná Pasen komt de figuur van Thomas naar voren (Johannes 20:19 ev.). Als Jezus op de avond van de eerste dag aan de leerlingen is verschenen, is Thomas er niet bij. Als het hem verteld wordt dat Jezus gekomen is zegt hij, “alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie, en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik geloven”.

Thomas zegt hier “eerst zien en dan geloven”. Als wij nog de feestelijke klanken van het Paasfeest in onze oren hebben, dan klinken deze woorden erg ontnuchterend. Het is iets heel moois om in de opstanding te geloven, maar met de figuur van Thomas staan wij weer met beide benen op de grond. De naam Thomas betekent “tweeling”. Dat is niet omdat hij één van een tweeling zou zijn. Maar dat “tweeling” gaat over twee kanten van de zaak. Thomas is degene die die tweede kant, die andere kant naar voren brengt. Het geloof in dat nieuwe begin, het geloof dat de dood het einde niet is, is prachtig, en is een troost in dit leven en een bodem onder ons bestaan. Maar die andere kant is er ook. De vragen die gesteld worden. Hoe kan dat nou, dat iemand opstaat uit de dood? Dat gaat toch in tegen alles wat wij ervaren en meemaken. Wij voelen toch heel goed wat de realiteit van dit leven is? Wij ervaren dat de dood mensen meeneemt. Wij ervaren dat de dood in ons midden komt, en voelen daar de hardheid van, en het verdriet. Thomas is de figuur, die ons duidelijk maakt, die andere kant, die tweede kant is er óók. Ook die gevoelens van twijfel, van verdriet, die ervaring van de hardheid van dit bestaan, moeten wij bij ons toelaten.

Met Pasen hebben we vooruit mogen kijken, hebben we mogen vieren, hoe groot Gods liefde is, hebben we tegen elkaar gezegd, “de dood is het einde niet”. Een hoogtepunt om samen te beleven. Maar na dat grote feest, staan we weer met beide benen op de grond. Thomas legt letterlijk de vinger op de zere plek. De werkelijkheid van alledag, moeten wij weer tegemoet. Dat is de kracht van de bijbel, de kracht van het evangelie, dat die andere stem, die tweelingstem, er óók in te horen is. Die stem van “zal het allemaal wel”, die stem van “ik weet het niet precies”. Wij in de kerk komen bij elkaar, op zondagmorgen, en op andere momenten, om ons geloof te voeden. Maar geloof is niet een vaststaande zaak. Het is niet iets dat wij nu eenmaal hebben of nu eenmaal niet hebben. Het is een zaak die voortdurend in ontwikkeling is, die voortdurend in verandering is.

Jonge mensen geloven op een andere manier dan ouderen. Het is een zaak, die kan groeien en bloeien, het is zaak waar je mee kan worstelen, of waar je helemaal los van kan komen te staan. Thomas laat ons zien, dat wij die gevoelens, van aarzeling, dat wij die vragen, bij ons zelf toe moeten laten. Dat is geen teken van zwakte, het is een teken van ontwikkeling en groei. In de kerk, luisteren wij naar al die verschillende stemmen. De stemmen van overtuigde gelovigen, de stemmen van degenen die aarzelen. Wij laten het toe dat iemand de vinger op de zwakke plek legt. En wij luisteren óók naar al die verschillende stemmen die vanuit de bijbel tot ons komen. Gods liefde is bestendig voor eeuwig. De manier waarop die liefde tot ons komt, kent eindeloos veel manieren en variaties, en zeer veel verschillende stemmen. Dat is wat de tweelingstem van Thomas ons vertelt.

Mirjam van Nie