Hoeveel is nodig?

Van de Russische schrijver Leo Tolstoi is er een vertelling over een boer, Pachom geheten, die een bijna onverzadigbare honger heeft naar het bezit van grond. 'Hoeveel aarde heeft een mens nodig?' is de titel.

"Als ik genoeg grond zou hebben", zo zegt Pachom, "dan ben ik voor niets en niemand bang, ook voor de duivel niet". Pachom verkoopt wat hij heeft en zet zijn geld in om steeds meer grond te verwerven. Na een tijd verkoopt hij ook die grond weer omdat hij ergens nóg goedkopere grond kan krijgen, dus méér oppervlak. Op gegeven moment hoort hij van de Basjkiren in de steppe dat daar de grond erg goedkoop is. Hij onderneemt de lange reis en krijgt een wel heel verlokkende aanbieding: voor een zacht prijsje kan hij zoveel grond krijgen als waar hij in één dag omheen kan lopen. De conditie is dus wel dat hij 's avonds weer op de plek moet zijn vanwaar hij vertrok, anders vervalt het aanbod. Pachom bedenkt zich geen twee keer en vertrekt. Zijn landhonger is zo groot dat hij zichzelf geen enkele pauze gunt. Hij loopt maar door. En inderdaad, even voor zonsondergang is hij, op het eind van zijn krachten, weer op het vertrekpunt. Totaal uitgeput valt hij dood neer. De laatste zin van de vertelling is veelzeggend: "Zijn knecht nam de schop, en groef voor Pachom een graf, zo lang als het stuk grond dat hij met zijn lichaam, van hoofd tot voeten, bedekte - zes el - en begroef hem". Dus dat is het antwoord op de titel van de vertelling: zes el. Meer grond heeft een mens niet nodig.

Halverwege de maand februari begint de 40-dagen-tijd, dat is dit jaar behoorlijk vroeg. Een tijd van bezinning op weg naar Pasen. Een tijd ook die de vraag bij ons neerlegt of het misschien met minder kan. Of eigenlijk: of minder niet eigenlijk meer is. Protestanten hebben vanouds wat minder met vasten dan katholieken, maar het is wel de tijd van bezinning op onze leefwijze. Een tijd waar wij ons af kunnen vragen: hoeveel is nodig? Wat is de goede maat voor mijn leven? Leef ik zoals ik wil leven, ben ik nog op koers? Wat is belangrijk en wat is er bij gekomen en ben ik gewoon gaan vinden maar is eigenlijk niet nodig? Waar gaat mijn tijd in zitten en waar offer ik misschien mijn gezondheid aan op?

En ook, wat Pachom dus niet kon: kan ik op waarde schatten wat ik heb? Zijn de essentiële dingen voor het leven niet al lang en breed aanwezig en geniet ik daar veel te weinig van? Kostbare ogenblikken, tijd voor samenzijn met andere mensen - kan ik de liefdevolle hand van God zien in de kleine dingen van het leven en er dankbaar voor zijn?

Jan-Hendrik Kip