OP WIE LIJKT HIJ?

Als een kind geboren wordt is één van de eerste vragen die gesteld wordt, “op wie lijkt hij of zij?”. De pasgeborene wordt goed bekeken. De neus van de moeder, de ogen van de vader, veel is er te herkennen. Niet alleen de ouders, zijn terug te zien in het kind, ook de generatie daarvoor.

Die oren zijn precies die van opa, en dat lachje lijkt op dat van oma. De vraag “op wie lijkt hij of zij”, heeft alles te maken met de afkomst van een kind. Genetische aanleg, maar ook in wat voor nest wordt iemand geboren, in welke omgeving, in wat voor familie. Verwantschap, op wie lijk je, welke eigenschappen, zitten in je genen ingebakken, welke ideëen krijg je mee van huis uit. Wat vinden je ouders belangrijk, wat geven ze door aan hun kinderen. Welke tradities en gewoontes. Deze zaken zijn bepalend voor de identiteit voor een mens. Je afkomst draag je je hele leven met je mee.

Kerstmis is het grote feest van de geboorte. Jezus is geboren in Bethlehem. Zouden Jozef en Maria ook die vraag gesteld hebben, “op wie lijkt hij?“ In het eerste hoofdstuk van het evangelie volgens Mattheus vinden we een hele stamboom. In de oorspronkelijke taal staat daar “genesis”, wording. Daar kunnen we lezen over de verwantschap, over de afkomst van Jezus. Mattheus 1:1 “Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham”. Meteen wordt de toon gezet. Twee grote namen, David, de grote koning van Israël en Abraham, de stamvader van de gelovigen, degene die hoorde naar Gods stem. Jezus wordt in Betlehem geboren, de stad van David, ook dat is al een duidelijke binding met David.

Het uitgangspunt is Abraham, en dan volgt een hele rij namen, waar we de geschiedenis van Israël in terugvinden. Is dat om te vertellen dat het kind dat geboren wordt, van allemaal iets weg heeft? Zo koninklijk als David, zo gelovig als Abraham. Lijkt hij op allemaal een beetje? Opmerkelijk zijn de vrouwen die er genoemd worden. Een hele rij mannen die verwekken, maar daartussen worden ook vier namen van vrouwen genoemd. Tamar, Rachab, Ruth, de vrouw van Uria. Vier vrouwen, overspelige relaties, prostitutie, een buitenlandse. Dat wordt niet verzwegen, maar er bij genoemd. De stamboom eindigt bij Jozef, de man van Maria. En dat komt het wonderlijke van deze hele rij namen. Steeds wordt daar verteld over mannen die een kind verwekken, en soms wordt de vrouw genoemd, bij wie dat kind wordt verwekt. Maar het eindigt bij Jozef, de man van Maria, uit wie verwekt werd Jezus. Jozef zelf is niet de verwekker van dit kind, waarom staan al die andere namen er dan bij? Mattheus wil ons duidelijk maken, dat Jezus is ingebed in de geschiedenis van Israël. Jezus is volledig verbonden met Israël, en het verhaal van Gods verbond.

Maar dan komt dat wonderlijke, de laatste uit de stamboom is alleen maar de man van de moeder. Hoe het genetisch precies in elkaar zit, hoe deze zwangerschap is ontstaan, is een zaak die wij niet kunnen ontrafelen, laten we het erop houden, het was een wonder. Zoals elke geboorte een wonder is. Jezus krijgt in ieder geval een afkomst mee, en het is duidelijk uit welke traditie hij stamt. Er wordt ons ook verteld dat hij besneden is. Maar uit die afkomst en traditie komt een uniek persoon, komt iemand die geheel nieuw en bijzonder is. Die een boodschap brengt, die in geen mensenhart is opgekomen. De vraag “op wie lijkt hij”, wordt beantwoord, door te vertellen wat zijn achtergrond is, met welke gewoontes en tradities hij is opgegroeid. Maar we kunnen vooral stellen, dat hij op zichzelf lijkt. Bijzonder en uniek. Met een bestemming in dit leven vervuld van liefde.

Ieder kind dat geboren wordt, heeft een afstamming, heeft een achtergrond. Wordt grootgebracht met tradities en gewoontes. Ieder kind heeft trekken waarin hij of zij, lijkt op de ouders of grootouders.  Maar ieder kind is óók uniek, en heeft een eigenheid, en persoonlijkheid. We hopen dat ieder kind mag opgroeien in een omgeving met liefde en geborgenheid. Als we met Kerstmis de geboorte van Jezus vieren, dan zien we kwetsbaarheid, zachtmoedigheid, en liefde. Dat zijn de eigenschappen, waar mee hij laat zien, zó is God bij de mensen.

Mirjam van Nie