Luther roos

 

 

 

 

VIVIT

Nu is dus, om heel precies te zijn, de 500e gedenkdag van de Reformatie voorbij, 31 oktober 1517. De dag waarop, naar men zegt, Martin Luther zijn 95 stellingen op de deur van de slotkapel in Wittenberg spijkerde. Een historisch moment, het begin van de ontketening van de reformatie. Luther was een markant en krachtig optredend mens.

Maar misschien is het nu, op de overgang naar november met de vallende bladeren en de sfeer van de oogst - in de kerken ook de sfeer van de levensoogst, het gedenken, de heiligen, ons voorgegaan - het goede moment om het ook even te hebben over de minder krachtige Luther.

Het is bekend dat hij vaak momenten van neerslachtigheid en depressie kende. Dit als, zeg maar, schaduwkant van zijn krachtig en onverschrokken optreden. Zijn echtgenote Katharina van Bora, ook een markante persoon, heeft hem vaak bij de les of op het goede pad gehouden. Zij werd door hem respectvol "Herr Käthe" genoemd. Vooral in zijn latere jaren, toen hij veel teleurstellingen had te verwerken, had Luther last van neerslachtige momenten. Käthe wilde hem helpen. Zij herinnerde zich dat Martin ooit voor haar met krijt "Vivit" op de houten keukentafel had geschreven, latijn voor "hij leeft". Als hij niet leeft, had Martin er bij gezegd, wil ik ook niet één uur leven. Want hij heeft gezegd: ik leef, en jullie zullen ook leven.

Käthe gaf opdracht aan een metselaar om een nieuw poortgewelf te maken voor hun huis, en liet bovenin die woorden inmetselen: VIVIT. Ieder die het huis binnenkwam ging nu onder deze groet door. Maar deze woorden waren door haar in eerste instantie voor haar man Martin bedoeld, voor als hij weer eens terneergeslagen, teleurgesteld en twijfelend naar huis kwam. In de hoop dat hij dit woord als een bemoediging zou kunnen ervaren, als een relativering van zijn opgedane ervaringen.

Of en in hoeverre dat gelukt is, dat weet ik niet. Wat ik wel weet is dat dit VIVIT later het randschrift rond de Lutherroos werd. Met die roos, op een zegelring, tekende Luther zijn correspondentie. Hij zag het als een symbolische samenvatting van zijn theologie: een zwart kruis, daaromheen een rood hart, liggend op een witte roos, op blauwe achtergrond. Oorspronkelijk komt die roos uit een van de ramen van het Augustijnerklooster in Erfurt, waar Luther er als monnik ontelbare malen naar moet hebben gekeken. Vandaag is die roos het symbool voor de Lutherse Kerken.

Misschien is het goed als wij nu, in november, de maand van het gedenken, ook aan "vivit" denken. Misschien kan het ook voor ons iets van bemoediging of relativering van weerbarstige ervaringen hebben, als wij met onze gedachten zijn bij het afgebroken of uitgedoofde leven van mensen die ons lief waren. Misschien kunnen we het leven van deze mensen dan ook zien, omgeven door een belofte, een glans van witte eeuwigheid. Ik leef, en ook jullie zullen leven (Johannes 14,19).

Jan-Hendrik Kip