Dit is één van de bekende psalmen, die vroeger veel werd gezongen in de kerk en die je op de lagere school als één van de eerste moest leren.
Na het openingsvers wordt in deze psalm het verlangen naar voren gebracht om in het huis van God, de tempel te zijn, ja daar zelfs te wonen; tegelijk met de vogels, die daar hun nest bouwen (verzen 2-5). Vervolgens worden enkele verzen gewijd aan de pelgrimage op weg naar de tempel. Daarna gaat de psalm, vers 9 e.v. over in een gebed voor de koning en de wens om in de tempel te mogen zijn. De wens om daar God te ontmoeten staat centraal in deze psalm.

In deze psalm wordt de functie van de herder naar voren gebracht en het vertrouwen uitgesproken om zich geheel en al toe te vertrouwen aan die herder. Hiermee wordt een beeld gegeven van Gods leiding, bescherming en zorg voor het individu, maar ook voor het volk Israël. In die situatie is de herder dan het beeld van de rechtvaardige koning en de kudde het beeld van het volk, zoals dat in psalm 95:7 wordt verteld ‘Hij is onze God, wij zijn zijn volk; hij is de herder, wij zijn de kudde’. Het beeld van de herder en de kudde wordt in veel psalmen naar voren gebracht.

Deze psalm wordt vaak gelezen op de Oudejaarsavond. Waarom wordt deze psalm op Oudejaarsavond gelezen? Wat is het specifieke van deze psalm dat hier sprake zou kunnen zijn van een relatie met het einde van het jaar? Of is het meer een traditie, die uiteraard wel ergens moet zijn begonnen.
Ouderdom en vergankelijkheid komen het meeste voor in de berijming van psalm 90 en wel in de verzen 3,4,5,6 en 7, dus vijf keer. In het gehele berijmde psalmenboek ook nog eens vijf keer. Dus psalm 90 is wel dominant als het gaat over vergankelijkheid en ouderdom; ligt daar de relatie?
De psalm wordt op naam gezet van Mozes, de man Gods. Het is enige psalm die op zijn naam is gesteld. Er komen meer liederen en gebeden voor die op zijn naam zijn gesteld, maar dan in andere bijbelboeken.