Psalm 22 (vervolg)

Tussen de verzen in (13,14 en 17,19) waarin sprake is van de vijanden die hem omringen komt hij weer bij zichzelf en komt hij terug op de hoge nood uit vers 12.
In deze situatie brengt de dichter opnieuw naar voren dat hij zich in een hachelijke positie bevindt; zijn vijanden benoemt hij als honden die om hem heen staan en hem lichamelijk pijn doen (18).

Psalm 22

Deze psalm komt uit de bundel van David en behoort hiermee tot de verzameling van liederen die zijn naam draagt maar heeft geen betrekking op het auteurschap van hem. Deze psalm is getoonzet op de wijs van het lied ‘De hinde van de dageraad’. Het is een onbekend lied, dat alleen hier wordt vermeld.

Psalm 22 geeft een beeld van de angst om verlaten te worden. In het christendom bekend door de eerste woorden; dezelfde die Jezus riep toen hij aan het kruis hing. Maar ook door meer teksten uit deze psalm die door de evangelisten zijn overgenomen bij de beschrijving van de kruisdood. Het is wellicht daarom dat de Statenvertalers de woorden ‘mijn, ik en hem’ in deze psalm in hoofdletters weergeven, alsof Jezus ze eerder sprak dan de psalmendichter. Dit gegeven ben ik maar één keer tegengekomen in de psalmen.
In het jodendom wordt deze psalm gelezen als een weerspiegeling van het verhaal van Esther, maar ook als de collectieve ervaring van de joodse gemeenschap, verlaten door God en mensen.

Psalm 11

Deze psalm komt uit de bundel van David en behoort hiermee tot de verzameling van liederen die zijn naam droeg maar heeft geen betrekking op het auteurschap van hem.

Psalm 16

Het is een psalm waar vertrouwen uitspreekt. De dichter begint met te vragen, vers 1 en 2, om bewaring zonder te zeggen tegen welke bedreiging hij een schuilplaats zoekt. Vervolgens is er een vertrouwelijk spreken met God; geen vragen of klagen. De psalm getuigt van een innige vertrouwensrelatie tussen de dichter en zijn Heer.

Psalm 29

Deze psalm zou je in drieën kunnen verdelen, namelijk de verzen 1en 2 waarin wordt opgeroepen eer en glorie aan de Heer te brengen; de verzen 3-9 waarin ‘de stem van Heer steeds wordt herhaald in relatie tot natuurgeweld’ en de verzen 10 en 11 waarin de plaats van de Heer wordt omschreven (11) en de zegen van Hem wordt vermeld (12).

Psalm 130

Deze psalm is één van de vijftien pelgrimsliederen (120-134). Men neemt aan dat deze liederen gezongen werden tijdens het opgaan naar Jeruzalem ter gelegenheid van de drie grote feesten, zoals deze op verzoek van God zijn ingesteld (Exodus 23:14-17).

Psalm 144 (vervolg)

In de vorige 2 Klank zijn de verzen 1-8 van deze psalm toegelicht.
Nog even een herhaling van de inhoud van de gehele psalm:

Psalm 144

De psalm beschrijft een Davidische figuur uit het verleden die strijdvaardig al zijn vijanden heeft overwonnen, een overwinning die hij enkel aan God heeft te danken. Vandaar dat de almacht van God een belangrijke rol speelt in deze psalm (vers 3-7). Het is ook een psalm van dankbaarheid voor verleende weldaden en sluit af met de hoop op een ideaal toekomstvisioen.

Psalm 122

Deze psalm is de derde van de vijftien pelgrimsliederen (120-134). Men neemt aan dat deze liederen gezongen werden tijdens het opgaan naar Jeruzalem ter gelegenheid van de drie grote feesten, zoals deze op verzoek van God zijn ingesteld (Exodus 23:14-17).

Aangegeven wordt dat deze psalm de eerste is van de vijftien pelgrimsliederen (120-134). Men neemt aan dat deze liederen gezongen werden tijdens het opgaan naar Jeruzalem ter gelegenheid van de drie grote feesten, zoals deze op verzoek van God zijn ingesteld (Exodus 23:14-17).
Als ik de beginregels van deze psalm lees roept die in eerste instantie niet de herinnering aan een pelgrimage op gezien de beginwoorden om de vraag aan God de tegenstanders te bestraffen met straffen die niet mals zijn.