Psalmen

Sinds het najaar van 2015 heeft Piet Beishuizen maandelijks een persoonlijke meditatie over één van de psalmen gepubliceerd in 2Klank, het kerkblad van de Protestantse Gemeente Geldrop-Mierlo.

Een aantal van de meest recente vindt u hieronder, alle meditaties zijn als bundel beschikbaar via de link Persoonlijke meditaties bij een aantal psalmen

Psalm 71

Deze psalm begint niet - zoals de meeste psalmen - met een verwijzing naar David of de voorzanger of anderszins, maar valt meteen met de deur in huis. Naast de bede om hulp en ondersteuning omdat de vijanden om hem heen staan, zijn er ook vele verzen die God loven; het is een gebed en een lofzang. In de psalm komt een nauwe relatie naar voren tussen de dichter en zijn God.

Psalm 61

De dichter begint (2,3) met het vragen van aandacht van God omdat hij zich ver van het centrum van de veiligheid vandaan voelt en ook is. Situeren de oudere vertalingen (S en NBG) hem nog aan het einde van het land, naar mijn idee dan suggererend, de grens van het land van inwoning, de andere vertalingen hebben hier vertaald aan het einde van de aarde. Daarmee aangevend een balling te zijn in de vreemde, hetgeen toch iets anders is dan nog in het eigen land te verkeren en in nood zitten.

Psalm 27

De dichter begint met de stelling dat God zijn licht en redding is; hij behoeft dus nergens bang voor te zijn. Maar dan komen kwaadwilligen op hem af om hem te doden, maar die vielen om. Vervolgens nadert een leger en komt er oorlog en toch is hij niet bevreesd en weet hij zich veilig.

Psalm 36

In de eerste verzen begint de dichter te vertellen hoe de slechte mens zich opstelt in het leven (2-5); vervolgens schetst hij de liefde van God (6-12) en sluit af in de het laatste vers (13) dat de slechteriken worden verslagen.

Psalm 39

De psalm is in een persoonlijke vorm (ik, mij) geschreven met enkele algemene bewoordingen (de mens, iemand) aan het einde van de eerste perikoop (vers 7) en tweede perikoop (vers 12).